De snelheid van het internet

23 11 2009

Ik weet alles graag, en weet alles graag snel. Maar dat heeft wel een nadeel. Het internet is een medium om het laatste nieuws erg snel te brengen. Leuk, maar het moet nog wel nauwkeurig en juist zijn en het verval lijkt wel erg. Snelheid is belangrijker geworden bij het nieuws, en niet bij de minste. Niet dat dit nieuwsitem mij erg boeit, maar de dood van Koningin Fabiola heeft al twee keer online gestaan door het Belgisch nieuwsagentschap Belga.

Dat stoort mij wel. Nieuws gaat zo snel dat het niet meer accuraat is. Waar ik mij ook aan stoor is de neutraliteit van het nieuws. Als je het Waalse en Vlaamse nieuws vergelijkt, dat zijn twee verschillende werelden en van neutraliteit is er zeker geen sprake meer. Op televisie en in de kranten, het zijn allemaal heel verschillende verhalen.

Ik heb lang gedacht dat de VRT erg neutraal was, maar als je goed kijkt – goed kijkt na jaren – kan je daar ook geen neutraliteit meer terugvinden. Neutraliteit is trouwens niet zo eenvoudig, dat is ook cultuurgebonden en vanaf je dat beseft is neutraliteit iets dat maar na te steven is. Echte neutraliteit kan niet bestaan. Als je het nieuws leest over België in Nederlandse kranten leest, dan is er een vereenvoudiging van de feiten en van neutraliteit niet veel sprake meer.

Nevertheless, het proberen van een zo correct mogelijk beeld of verhaal te geven zou het doel moeten zijn van een journalist. Dat vind ik maar weinig terug. Veel journalisten zijn bloggers geworden, alleen heten hun blogstukken “opiniestukken”, maar da’s dan ook het enige verschil.

Ook de berichtgeving over wetenschappelijke en bij uitbreiding medische artikelen, is er ook sprake van vereenvoudiging en het niet al te correct weergeven van de feiten. Alleen snelheid, toegankelijkheid en over-versimperlisering van artikelen is de norm. Dus vaak ook de artikelen die verschijnen over autisme. Die zijn vaak ook erg simplistisch en deze helpen dus niet om een andere vorm van “zijn” op een genuanceerde manier uit te leggen. Alleen de extreemste autisten komen aan bod, terwijl er 40 miljoen autisten bestaan.





Het Egocentrisch Spectrum

17 08 2009

Voor mij is het de laatste tijd toch wel een beetje een revolutie geweest. Ik heb altijd alles ingedeeld in strikte “vakjes” maar sinds ik het woord “spectrum” ken, of beter, het woord echt begrijp, ben ik de dingen toch enigszins anders gaan bekijken. Tegenwoordig bekijk ik bijna elk gegeven vanuit een spectrum en niet meer vanuit strikt afgescheiden compartimentjes. Het is zelfs zo dat ik het woord spectrum zie als een meer-dimensionaal gegeven dan eerder een lijn van zwak naar sterk.

Zo keek ik gisteren naar een avondvullend televisieprogramma met een actrice. Ik ga naam en toenaam niet noemen omdat dat er verder niet toe doet. Wat me toch erg opviel was het erg egocentrische karakter van deze actrice, ze was bezorgd over wat mensen zouden denken over wat ze die avond allemaal te vertellen had en haar drie-uur durend verhaal ging bijna uitsluitend over haarzelf. Ze gaf het op een gegeven moment ook toe, ze was ook mede actrice geworden uit egocentrische redenen, omdat ze graag in de belangstelling staat en haar relatie met een collega acteur was afgesprongen, mede omdat het moeilijk is zei ze, dat twee mensen die zo graag in de belangstelling staan, om samen te leven. Dat was wel zo eerlijk.

Het is een algemeen aanvaard gegeven dat autistische mensen egocentrisch zijn, maar misschien zijn autisten dan wel egocentrisch, maar op hun aparte manier. Ik kan alleen maar voor mezelf spreken, maar het lijkt me dat autisten egocentrisch worden gevonden omdat ze veel in hun eigen leefwereldje bezig zijn, zonder genoeg aandacht te hebben voor de naaste medemens.

Dat wil ik best onderschrijven, want dat is vaak waar. Dus akkoord, autisten hebben binnen het egocentrische spectrum dat nadeel. Maar binnen datzelfde egocentrische spectrum zijn de meeste autisten niet bezig met in het middelpunt van de belangstelling te staan. Ze zijn vaak ook niet bezig met het egocentrische ideaal om zoveel mogelijk geld te verdienen, al was het maar omdat ze de mogelijkheid niet hebben in een maatschappij waarin ze niet passen.

Binnen het egocentrische spectrum past de autist als het aankomt om met de eigen vaak onzinnige dingetjes bezig te zijn, daar heeft niemand last van en ook dat hij of zij wat te weinig “oog” heeft voor de noden van een ander, daar valt zeker wat voor te zeggen, maar er kan bij verteld worden dat het niet om moedwilligheid gaat, maar vaak om blindheid.

Daartegenover staat dat niet-autisten minstens even egocentrisch kunnen zijn, weliswaar op een andere manier, maar er wordt niet ondergedaan ten opzichte van de autistische medemens. We zitten alleen op een andere golflengte wat betreft egocentrisme, zoals trouwens bij vele andere dingen, maar het hoeft zeker niet meer of minder te zijn.

Rest mij wel om een laatste opmerking te maken. Veel personen met autisme hebben een schuldcomplex aangepraat gekregen. Dat zou bij deze bestrijd moeten worden. Ik ben niet van mening dat er geen probleem is, maar binnen het spectrum van het egocentrisme zijn autisten zeker geen koplopers, als er gepraat moet worden over het onderwerp, moet zeker ook het egocentrisme van niet-autisten aan bod komen. Misschien lezen de bankdirecteurs dit niet graag, maar het is wel een feit.

Verder zou ik autisten aanraden die het verwijt krijgen om egocentrisch te zijn, te melden dat ze niet meer egocentrisch zijn dan de gemiddelde mens, alleen anders-egocentrisch in het spectrum, zoals ze ook anders-empathisch zijn binnen het empathische spectrum. Voor alles is er een meer dimensionaal spectrum wat het ene nooit superieur of inferieur stelt aan het andere.

Heel misschien zit er wel een logica in. Mensen die graag heel veel aandacht genieten – dat zullen ook niet alle niet-autisten zijn, zullen misschien extra veel aandacht besteden aan anderen in de hoop die aandacht terug te krijgen, waar autisten veel minder behoefte hebben aan aandacht, of alleen aandacht willen bij momenten, minder oog gaan hebben om aandacht te geven aan anderen, omdat ze niet zoveel behoefte hebben om aandacht terug te krijgen.

Dit alles is natuurlijk een gedachtegang uit mijn eigen ervaringen. Misschien heeft de doorsnee autist wel meer behoefte aan aandacht als ik er krediet voor wil geven. Op dat punt van veel of weinig aandacht willen hebben – en alleen op dat punt – ben ik waarschijnlijk wel een kernautist. Op gebied van geschreven taalvaardigheid ben ik dan weer een vlotte Asperger. Het past allemaal in een meerdimensionaal spectrum.





Simon Baron-Cohen

1 07 2009

Eergisteren besteld bij de uitgeverij, vandaag in mijn brievenbus, het laatste boek(je) van Simon Baron-Cohen, getiteld Autisme en Asperger-syndroom, de stand van zaken. (uit 2009)

Het was een aangename verrassing om de eerste hoofdstukken te lezen. Zo stapt hij af van de traditionele triade en legt uit dat de twee kenmerken, problemen met de sociale interactie en problemen in de communicatie eigenlijk bij elkaar horen en hij noemt het “sociaal communicatieve problemen”, iets wat ik ook altijd gevonden heb. Het voor mij altijd erg onduidelijk begrip “problemen in de verbeelding” heeft hij vertaald in het veel duidelijker “herhalingsgedrag en beperkte interesses”.

Ik ben het er helemaal mee akkoord en wie ben ik trouwens om Simon Baron-Cohen tegen te spreken ? :-)





Ook geen zakjes zand voor mij…

1 09 2008

Een tijd geleden schreef ik een bericht over mijn eetproblemen, iets waar ik levenslang te kampen mee heb. Het is aan mensen die vaak genieten om te eten, moeilijk uit te leggen, maar af en toe kom je dan iets of iemand tegen die een eigen ervaring deelt, die goed geformuleerd is en die verteld wat ook jij ervaart. Dat kan trouwens over elke ervaring gaan uiteraard.

Deze week stond er een stukje in Humo, met Viv Dingenen, actrice bekend van ondermeer (de soap) Thuis. Ze verteld er over haar obssessieve drang om dingen te controleren, zoals wanneer een persoon links van haar wandelt, dat die dan ook links moet blijven wandelen en niet ineens rechts moet gaan wandelen. Erg herkenbaar wel, maar het meest interessante was haar commentaar over eten. Hier een stukje uit het interview :

Humo : Wat beschouw je als het culinaire summum ?

Van Dingenen : Niets, ik beschouw eten als een noodzakelijk kwaad. [....] Waarom stoppen ze alle stoffen die we nodig hebben om gezond te kunnen leven niet gewoon in een pilletje of desnoods een baxter ? Dan zouden we veel minder onze tanden moeten poetsen, minder maag- en darmproblemen hebben, geen overgewicht en geen afwas. [....]

Humo : Zijn er dan echt geen gerechten die je zou missen ?

Van Dingenen : Nauwelijks, ik kan wel zeggen of ik iets lust of niet, maar verder gaan mijn voorkeuren niet. Dat is vast ook een gevolg van mijn smetvrees: sommige voedseltexturen en -consistenties kan ik niet in mijn mond verdragen. Erwtjes zijn voor mij bevoorbeeld gewoon zakjes met zand. Vreselijk. Of champignons: die smaken of ze van rubber zijn gemaakt – als je er in bijt doen ze ‘oink’. Pudding lust ik, maar van het velletje moet ik kokhalzen. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan.

Ik was op een manier wel echt blij om dit te lezen, dat iemand dat zo goed kon uitleggen, alhoewel ze er niet bij zegt dat ze daarom ook daadwerkelijk een echt eetprobleem zou hebben. Vooral het antwoord op de tweede vraag vind ik erg goed. Ik heb dan wel niet echt smetvrees – al zou je daar soms ook wel eens aan kunnen twijfelen of dat niet zo is – maar de uitleg over de erwtjes en champions is erg herkenbaar en toevallig eet ik ook heel veel pudding, vaak het makkelijkst om toch iets binnen te hebben als al het andere niet lukt.

Nee, voor mij dus ook geen zakjes zand of stukjes rubber, ik heb wel eens vloeibare vervangmaaltijden geprobeerd, maar dat werkt ook niet echt, zit ook een vies smaakje aan. Ik hou het maar bij spaghetti, rijst en pudding, eten dat er meestal nogal relatief gemakkelijk ingaat.

Ik maak me wel de bedenking dat er wél dingen zijn die ik graag lust, maar het zijn allemaal dranken, zoals koffie, cola, ice tea, seven up. Daar heb ik dan wel weer veel smaak van.





Zomergasten

25 08 2008

Deze avond was er de voorlaatste aflevering van Zomergasten op de Nederlandse televisie. Dat is een programma waar ik al eens graag naar kijk. Een persoon kiest zijn favoriete televisie fragmenten en laat die zien, tussendoor wordt er ook veel gepraat, samen met de gastheer van het programma.

Deze avond was er een socioloog aan het woord, dus dubbel interessant voor mij omdat “mensen” toch een van mijn favoriete studie objecten zijn. Echter het werd een wat bevreemdende avond. De socioloog vertelde dat hij niet veel van “mensen en psychologie en emoties” afwist. Dat vond ik erg vreemd, omdat ik vind dat mensen en hun emoties niet kunnen gescheiden worden van het maatschappijbeeld dat ik heb.

Waar ik me dan weer wel erg in kon terugvinden was dat deze socioloog de dingen die de meeste mensen voor logisch aannemen, daar dan vragen bij gaat stellen. Hij gaat zich als het ware “terugtrekken” en zichzelf buiten de “groep” plaatsen om alles wat algemeen aanvaard is in vraag te stellen, iets wat ik ook af en toe placht te doen.

Het eigenlijke thema van de avond was “uitsluiting”. Met voorbeelden werd er getoond hoe mensen uitgesloten worden, een kind in de klas, groepen in onze samenleving. Ik [denk dat ik] begrijp al lang hoe dat allemaal ongeveer in elkaar zit, waarom mensen dat doen. Geen nood om daar verder over uit te weiden, misschien kom ik daar later nog op terug, of ook niet.

Maar waar het interessant werd was dat de socioloog ervan overtuigd was dat het menselijk gedrag, en dan vooral het negatieve (pesten, geweld,…), de oorzaak heeft in de maatschappij. Het hangt er dus vanaf hoe we zijn opgevoed, wat onze ervaringen zijn en wanneer de interviewer vroeg naar het deel dat “biologisch” is, zei de man dat dat daar los van staat.

Daar heb ik het toch moeilijk mee. Natuurlijk geloof ik dat menselijk gedrag beiden beïnvloed worden door omgevingsfactoren en wat we biologisch meegekregen hebben, maar ik ben er altijd van overtuigd geweest dat de “biologische factor” een grotere rol speelt dan de “ervaringen en omgeving”.

Het is natuurlijk maar iets dat ik zelf geloof, maar het is altijd comfortabel geweest, omdat op die manier ik nooit kwaad hoefde te zijn op iemand, want tenslotte is de mens voor een groot deel niet verantwoordelijk voor wat hij doet.

Vanavond dus, dacht ik er over na wat het zou betekenen dat mensen wel volle verantwoordelijkheid dragen voor hun daden, al wordt die verantwoordelijkheid meestal (of steeds) gedeeld met de rest van de maatschappij. Dat creëerde een erg onaangenaam gevoel. Als atheist heb ik maar een paar dingen onthouden die er in de bijbel staan. Een ervan was dat Jezus zei : “Laat hen maar, want ze weten niet wat ze doen”. (of zoiets). Daar heb ik altijd in geloofd.

Maar goed, het is stof tot nadenken, maar mijn eigen idee over deze dingen hebben wel gemaakt dat ik daaruit mijn eigen conclusies heb getrokken. Het feit dat mensen er voor een groot deel niet kunnen aan doen wat ze allemaal doen, maakt dat ik dus zelden kwaad op mensen word en al helemaal niet blijf. Langs de andere kant – dat is mijn logica – om mezelf te beschermen, heb ik zo min mogelijk contact met mensen.

Ik heb het wel een tijdje geprobeerd, nog niet eens uit noodzaak, maar eerder toch omdat het “zo hoort”. Maar in gelijk welke groep je terecht komt, er gebeuren toch altijd situaties, mensen die ruzie maken, pestgedrag, enzovoort. Ik blijf daar liever ver van weg.

Ik heb wel al vaker de vraag of opmerking gehad dat zoveel alleen zijn niet goed is, maar daar heb ik een antwoord op, het is biologisch (!) :-)

Namelijk mijn vader is een evengrote eenzaat als ik en is daar blijkbaar ook erg gelukkig mee. En nee, ik heb dat niet overgeërfd omdat ik dat zo gezien heb (en dus een omgevingservaring zou zijn), het is echt wel biologisch meegegeven. Ik heb er dus geen moeite mee om veel alleen te zijn en vind dat zelfs aangenaam. Ik moet me ook niet uitgesloten voelen, want de enige die mij uitsluit ben ikzelf en ik moet dus andere mensen niks verwijten, omdat zij, wanneer ze negatief gedrag vertonen, zij het eigenlijk niet kunnen helpen, daar kan ik ook geen frustraties opdoen. Alleen de gedachte dat mensen het wel zouden kunnen vermijden, al hun negatief gedrag, is een erg sombere gedachte die ik met graagte na vandaag meteen weer opberg.