Misschien een vaststelling

31 10 2009

Het is misschien een vaststelling die ik moet maken, al vind ik het niet leuk. Een begeleidster die me nu al twee jaar begeleid maakte een vaststelling en daarbij een conclusie. Ik hoef dat niet te aanvaarden voor waar, maar ik kan er ook niet echt naast kijken.

Ik heb periodes met veel energie waar ik van alles wil doen en ik heb periodes waar me niets lukt, waar ik me ook niet zo goed voel. Het heeft verder niets met de zware depressie te maken die ik een paar jaar geleden had.

Ik kan echter eigenlijk niet meer ontkennen dat ik bipolar ben. Eigenlijk niet zo verwonderlijk omdat dat toch in de familie zit.

Als ik mijn acties bekijk van het laatste jaar, dan kan ik het bijna niet meer ontkennen. De wereld willen verbeteren wanneer het goed gaat, iedereen vaarwel zeggen wanneer het minder goed gaat. Het is allemaal gebeurd en meer dan een keer. Ik heb inmiddels weer een afspraak gemaakt met mijn psycholoog.

Het feit op zich vind ik nog niet zo erg. Als het alleen maar bipolar zou zijn. Alleen de combinatie met de rest, zoals dus autisme valt me erg zwaar. Ik kan het wel hebben dat ik een afwijking heb, maar alsjeblief niet teveel. Ik wil niet elke afwijking hebben die er bestaat.





Een hele weg (over grootvaders)

26 10 2009

Nu ik toch bezig ben over mijn familie, vind ik dat ik maar meteen moet doorgaan op het onderwerp.

Mijn grootvader studeerde aan het seminarie. Hij zou een katholiek priester worden, ware het niet dat hij mishandeld werd door die mensen, iets wat hij nooit verteld had, behalve één keer tegen mijn grootmoeder. Daarom weten we het.

Daarom werd hij geen pastoor, maar trouwde hij mijn grootmoeder. Een gevolg ervan is dat ik er ben. Maar dat neemt niet weg dat hij zijn leven lang gelovig is gebleven, in tegenstelling tot mijn vader en mij, die nooit gelovig zijn geweest.

Mijn grootvader had het ook niet gemakkelijk. Toen hij op zijn zestiende verjaardag thuis kwam stond er een houten kruis voor de voordeur. Zijn vader had zelfmoord gepleegd, maar daar werd verder niet op in gegaan, zo was de katholieke kerk wel. Er werd over gezwegen, zo kon mijn overgrootvader in “gewijde” grond begraven worden. Als zelfmoordenaar kon dat niet, maar als er over gezwegen werd, dan bestond dat niet. Hartaanvalletje! Wel mooi als katholieken om de ogen te sluiten die tijd.

Mijn grootvader was erg intelligent en daarom zal ik iemand die gelovig is nooit uitlachen of zeggen dat geloof niet erg wetenschappelijk is. Ook al geloof ikzelf niet in een God, ik zal anderen daar nooit op aanspreken, speciaal omdat mijn grootvader gelovig was. Weten wij veel ?

Mijn grootvader wist dat hij zou sterven, maar vertelde ons niets. Bij onze laatste vakantie aan de Belgische kust maakte wij (ik en mijn grootvader) altijd een avondwandeling. Op een keer vertelde hij me : ” Je moet wat maken van je leven”.

Je moet wat maken van het leven. Ten tijde van mijn depressie was ik dat even vergeten, maar later ben ik mij vooral die ene zin beginnen te herinneren, omdat hij er toe doet. Je moet wat maken van het leven. Dat is het enige wat telt. Met andere woorden, je moet voor jezelf zorgen dat je een beetje gelukkig wordt. Een zin van goud. Dat probeer ik me altijd voor te houden. Mijn grootvader stierf toen ik 16 was, hij 62.

Mijn andere grootvader heb ik ook gekend. Hij stierf toen ik 12 was. Hij komt natuurlijk uit de “autistische” familie waar geen woorden maar daden meer kracht hebben. Toen ik bij hem op bezoek was had ik zin in pudding (de typisch Nederlandse vla die ik nog vaak ga halen in Nederland). Hij nam me mee naar de winkel en kocht een pak vla, meer kon ik niet van hem verwachten, het was goed zo. Het is wat ik ben vandaag. Ik kan ook dat maar niet meer.





Een hele weg (over grootmoeders)

26 10 2009

Ik wist eigenlijk niet zo goed meer wat neer te schrijven. Maar als je ouder wordt begin je meer om te kijken, naar je verleden. Misschien dat ik daar af en toe wat over kan schrijven.

Een van de belangrijkste mensen die ik in mijn leven ben tegen gekomen was mijn grootmoeder. Ze is inmiddels 15 jaar dood, maar we hadden wel een band, iets dat niet vanzelfsprekend is voor autisten.

We kwamen goed overeen, al hadden we blijkbaar een moeilijke start. Dat heb ik nooit geweten, dat verhaal kwam pas later aan de oppervlakte, op een moment dat zij ook terugkeek. Ik moest als één of twee-jarige niet veel blijk van empathie hebben laten blijken. Ik heb op een gegeven moment, wanneer zij over mij stond gebogen, een metalen speelgoedautootje in haar gezicht gegooit. Ik had naar het schijnt ook geen gezichtsuitdrukkingen en ze vertelde mijn ouders op dat gegeven moment dat ze niet meer wilde baby-sitten. Dat ze bang was van mij.

Uiteindelijk is alles goed gekomen en heeft ze een belangrijke rol gespeeld in mijn opvoeding. Ik besefte dat later maar al te goed en mijn loyaliteit naar haar was erg groot, misschien zo groot dat mijn ex-vrouw er soms misselijk van werd. Maar als je een grootmoeder hebt gehad die zo goed voor je heeft gezorgd, daar kun je niet aan voorbij, daar kun je geen compromissen over maken.

Ik heb de laatste dagen van haar leven, toen ze in het ziekenhuis lag, tien van de veertien dagen dat ze er lag, over haar gewaakt. Ik was er dan ook toen ze stierf, de eerste keer dat me iets aangreep in mijn leven.

Ik denk ook dat dat de rol is van grootmoeders. Moeders moeten streng zijn (zoals de mijne) en opvoeden. Grootmoeders hoeven dat niet te doen. Die kunnen alleen maar geweldig zijn (zoals de mijne).

Mijn andere grootmoeder heb ik nooit gekend, die was al dood voordat ik geboren werd.





Jeugdsentiment

24 07 2009

drrTijdens het internetsurfen kwam ik een stukje jeugdherinnering tegen. Ik las niet zoveel, maar ik heb heel wat boeken van de Rode Ridder gelezen. Het was toch een beetje magie.

Ik heb er nog een stuk of tien exemplaren van, die weliswaar ergens ver weggeborgen liggen bij mijn vader thuis en ik heb niet de intentie om ze nog eens te herlezen, want de herinnering is altijd beter dan het allemaal in real-time realiteit is.





Tussen mens en machine

21 07 2009

Ik kom nog maar eens terug op een – voor mij – overbekend thema. De idee dat ik mij soms meer machine (of robot) voel dan mens, al zou je kunnen zeggen dat wanneer je het woord “voelt” gebruikt, dat toch menselijk moet zijn. Maar er ontbreekt iets, of misschien toch niet, maar het zit dan toch alleszins diep verborgen in me.

Het gaat met periodes. Soms dan komt de dieper-menselijke kant in mij boven, maar vaak ligt die figuurlijk begraven. Dan bestaat mijn leven uitsluitend uit functioneren, het doen van (vaak repetitieve) handelingen en is er weinig of geen sociaal contact mogelijk. Ik bekijk eigenlijk sociaal contact met “mens zijn” en functioneren en handelingen uitvoeren met “machine zijn”. Het grootste deel van mijn leven bestaat uit het tweede. Het eerste valt er figuurlijk af, omdat ik het te moeilijk vind, het tweede gaat mij veel beter af, al kan ik mij daar zelf soms figuurlijk in voorbij lopen.

Ik voel me dus vaker machine als mens, ik weet niet of de gemiddelde mens zich daar iets bij kan voorstellen, maar vaak gaat het niet anders.

Ik kijk nog af en toe eens naar Star Trek: The Next Generation, waar de androïde Data eigenlijk maar één wens heeft, het weten hoe het voelt om mens te zijn. Daar denk ik vaak aan. Weet ik wel echt wat het betekent om mens te zijn ? Ik denk het wel, want ik heb mijn periodes dat ik heb ben, maar erg aantrekkelijk vind ik het dan weer niet. Misschien wil ik wel het tegenovergestelde, weten hoe het voelt om voor 100 % geen mens te zijn, want tenslotte blijf ik een tussengeval. Nu ja, één troost, binnen een jaar of veertig – of korter – zal ik ophouden te bestaan, dan is dat probleem meteen van de baan. Tot dan zal ik verder doen, af en toe als mens en soms als machine. Daar is eigenlijk niets mis mee.