Misschien een vaststelling

31 10 2009

Het is misschien een vaststelling die ik moet maken, al vind ik het niet leuk. Een begeleidster die me nu al twee jaar begeleid maakte een vaststelling en daarbij een conclusie. Ik hoef dat niet te aanvaarden voor waar, maar ik kan er ook niet echt naast kijken.

Ik heb periodes met veel energie waar ik van alles wil doen en ik heb periodes waar me niets lukt, waar ik me ook niet zo goed voel. Het heeft verder niets met de zware depressie te maken die ik een paar jaar geleden had.

Ik kan echter eigenlijk niet meer ontkennen dat ik bipolar ben. Eigenlijk niet zo verwonderlijk omdat dat toch in de familie zit.

Als ik mijn acties bekijk van het laatste jaar, dan kan ik het bijna niet meer ontkennen. De wereld willen verbeteren wanneer het goed gaat, iedereen vaarwel zeggen wanneer het minder goed gaat. Het is allemaal gebeurd en meer dan een keer. Ik heb inmiddels weer een afspraak gemaakt met mijn psycholoog.

Het feit op zich vind ik nog niet zo erg. Als het alleen maar bipolar zou zijn. Alleen de combinatie met de rest, zoals dus autisme valt me erg zwaar. Ik kan het wel hebben dat ik een afwijking heb, maar alsjeblief niet teveel. Ik wil niet elke afwijking hebben die er bestaat.





De kelder

3 10 2009

Misschien wordt dit geen leuke of positieve blogpost, dus als U als lezer geen leuke post wil lezen, lees hem dan niet.

Toen ik ongeveer 13 jaar was hoorde ik van mijn vader dat mijn moeder een tijdje weg moest. Het bleek dat zij psychische problemen had. Ik wist niet goed wat dat betekende, maar mijn moeder verhuisde een tijdje naar de “kelder”, een afdeling van psychiatrische patiënten die het moeilijk hadden. Uiteindelijk verbleef mijn moeder daar meerdere keren, tot het niet meer nodig was in 1985 toen ze zelfmoord pleegde. Toen dat gebeurde begreep ik niet wat er aan de hand was. Ik begreep niet wat ze deed wat ze deed, maar ik aanvaarde het wat op zijn beurt op onbegrip stuitte naar mij toe. Het verlies van een ouder zonder zichtbare emotie.

Ik kon niet vermoeden dat ik figuurlijk op dezelfde plek zou eindigen. Want het moment dat ik voor de eerste keer werd opgenomen in dezelfde psychiatrische afdeling was die inmiddels verhuisd naar Brasschaat.

Maar daar belandde ik dus, voor een maand moest ik dezelfde dingen doen als mijn wijlen moeder, kunstwerkjes maken, therapieën volgen enzomeer. Vanaf de tweede keer lieten ze mij met rust, geen kunstwerkjes meer, alleen nog genoeg medicatie om mij “plat” te houden en de derde keer was niet beter.

Geen grote gesprekken meer, alleen voorkomen dat ik geen “domme” dingen zou doen. Het accent lag alleen nog maar op het voorkomen dat ik uit het leven zou stappen. Het heeft toen drie jaar geduurd, maar het is hen gelukt, ik ben er nog. Maar ik wil toch niet het belang onderschatten wat mijn vader mij ooit verteld had. Hij zei me ooit, een kind mag nooit eerder sterven als zijn ouders. Die zin heeft me altijd achtervolgd in die tijd. Hoe belangrijk kan één zijn die je vader zegt ? Soms heel erg veel.

Na mijn depressie, die gevolgd werd door sudeck, type 2, een ziekte die mijn zenuwstelsel aangetast heeft, kan ik geen normaal leven meer leiden. Vandaag leef ik alsof elke dag de laatste zou kunnen zijn – al is de ziekte niet levensbedreigend – ik kan niet anders dan leven van dag tot dag. Overmorgen telt niet echt, het is vandaag dat ik leef.

Om te leven had ik een keuze te maken. Een keuze weg van mensen, een leven meer als robot dan als mens. Waarom ? Omdat ik twee sterke kanten heb, een erg emotionele die de mogelijkheid heeft om mezelf tot destructie te brengen en tegelijkertijd een erg afstandelijke, een levenswijze die erg comfortabel is en waar ik mij in essentie het meest in thuis voel. Het zou ideaal zijn om een synthese van de twee te maken en daar naar te leven, maar dat is niet mogelijk, het is te ingewikkeld. Daarom verkies om een “robot” te zijn, niet zo moeilijk voor mij om alleen het “extreem mannelijk brein” te laten werken. Het is namelijk een kwestie van overleven.

De enige mogelijkheid voor mij – ben ik van mening – om te overleven is al het menselijke, of beter gezegd al het emotionele, te laten voor wat het is. Het nadeel is dat ik, als ik dan al eens contact heb met mensen, dat ik hen moet teleurstellen. Ze zullen het zonder mijn menselijke kant moeten doen. Dat is waarschijnlijk voor iedereen moeilijk.





In het kwadraat

24 08 2009

Voor veel mensen, ook autisten en zelfs ook voor mij is het moeilijk uit te leggen wat autisme nu precies is, ook wat het verschil is tussen de verschillende soorten autisme.

Maar eigenlijk is het misschien toch niet zo moeilijk. Een kernwoord is stugheid of inflexibiliteit. Mensen, ook niet-autisten zijn eigenlijk niet al te flexibel, maar ik zie autisme als inflexibiliteit in het kwadraat. Meer is dat toch eigenlijk niet.

Er is heel wat discussie over het verschil tussen klassiek autisme, aspergersyndroom en PDD-NOS. Vermeulen zit daar volgens mij niet ver af in zijn laatste boek. In theorie is er een verschil in het op tijd beginnen praten, in de praktijk heeft het gewoon te maken met intelligentie.

Je zou het zo kunnen stellen, alle autiten zijn autist. Ze hebben een erg inflexibel brein, het enige verschil is dat mensen gediagnotiseerd met klassiek autisme zo verstandig waren om geen taal te gebruiken wanneer het hen niet nuttig leek, mensen met Asperger taal begonnen te gebruiken op jonge leeftijd omdat het hen zo geleerd werd, ook al was het tegennatuurlijk en begrepen ze er zelf niets van en mensen met PDD-Nos hadden hetzelfde voor, maar zij waren nog net iets intelligenter en konden zich voortplanten, waardoor ze kinderen kregen met autisme die dan een diagnose kregen, waarop de vader het etiket PDD-Nos kreeg.

Austisten hebben het woord intelligentie niet uitgevonden, maar het bestaat wel. Het heeft verder niets te maken met je autisme, maar wel hoe je er mee omgaat. Hoe intelligenter, hoe meer je je kunt voordoen als “normaal”, maar da’s natuurlijk een facade.

Alle autisten hebben hetzelfde voor. Ze hebben een inflexibel brein, veel meer dan de niet-autist en da’s waar het autisme spectrum komt kijken. Het autisme is eigenlijk bij iedereen hetzelfde, alleen hoe je ermee omgaat en hoe je het kan compenseren is bij iedereen verschillend. Maar die verschillen horen alleen maar in het vakje “trivia”. Verder heeft het weinig belang.

Ik heb nu in vriendenkring en familie alle “soorten” autisten mogen ontmoeten. Het is veel van hetzelfde en iedereen heeft zijn “eigen” dingen. Maar gelijkenissen zijn overdonderend groot, wat het autisme betreft. Verder vult ieder het in naar eigen goedvermogen. Ik ben eigenlijk wel blij om nog niet intelligenter te zijn. Want die mensen ken ik ook en da’s vaak een leidensweg. Ze zijn er zich waarschijnlijk veel te veel van bewust en zijn dan ook vaak langdurig depressief. Gelukkig weet ik theoretisch wat er met me scheelt, maar in de praktijk voel ik er meestal niets bij. Da’s wel zo confortabel, geen emoties, of toch niet te veel. Zonder Rainman te zijn heb ik mijn leven ook ingevuld met veel informatie, met cijfers ook. Ik heb op Wikipedia veel reeksen gemaakt waar alleen de cijfers belangrijk zijn, dat maakt me gelukkig.

Ik heb wel het onderliggend besef dat ik aan veel dingen niet deelneem, aan emotionele dingen die wel belangrijk zijn voor anderen, maar zolang ik het alleen maar weet en er verder niets bij voel is dat ok. Ik houd me met inflexible dingen bezig zoals cijfers, nu al bijna een leven lang, het maakt me gelukkig en ook al weet ik dat er andere dingen bestaan, dingen die voor anderen erg belangrijk zijn, het maakt niet uit, want ik ben zoals ik ben, een inflexibel brein met matige intelligentie dat de mogelijkheid heeft om daarmee gelukkig te zijn.





Mijn specialisatie

24 08 2009

Er zijn een aantal mensen die zich – waarschijnlijk terecht – autisme specialist noemen. Het zijn mensen zonder autisme die zich jarenlang in het autisme verdiept hebben en er erg veel over weten. Ze zijn zelf niet autistisch maar gewoon door zich er maar genoeg in te verdiepen, het fenomeen begrijpen zonder dat ze zelf de ervaring hebben.

Zonder onbescheiden te willen zijn, kan ik wel beweren het omgekeerde te zijn. Ik heb mij gespecialiseerd in het gedrag van niet-autisten. Dat begon op erg jeugdige leeftijd toen ik geen interesse had in vriendjes en ook weinig communicatie vertoonde, maar ik observeerde mensen, vooral volwassenen.

Tegenwoordig kan ik zeggen dat ik mensen goed begrijp, zonder er zelf een te zijn. Het is allemaal voorspelbaar geworden. Er zijn veel verschillende karakters, maar eenmaal ze je hebt gekwalificeerd, kom je toch voor niet al te veel verrassingen meer te staan.

Er is wel één voorwaarde. Ik moet alles van een afstand kunnen bestuderen. Dan is meestal alles zo klaar als een klontje, zoals ze dat zeggen. Ik ben dus eigenlijk een theoreticus. Als ik de mens – gelijk wie het is – aanschouw zal ik er nooit ver af zijn. Mensen hebben soms gesteld dat ik erg intelligent ben omdat ik de dingen zo goed kan inschatten.

Er is echter een maar. Als ik zelf bij een situatie betrokken geraak, verdwijnt mijn intelligentie voor de zon. Ik ben erg goed in het observeren van een afstand (voor een autist) en de juiste conclusie te trekken. Ik ben erg slecht wanneer ik zelf betrokken partij ben, dan verlies ik alle overzicht en is mijn kennis van geen tel meer.

Als ik geen betrokken partij ben, ben ik erg goed geworden in het “lezen” van situaties en in het begrijpen, als ik er zelf midden in sta, vervalt al die wijsheid. Mijn specialisatie is dus het goed begrijpen van mensen, begrijpen waarom ze de dingen doen die ze doen en zeggen wat ze zeggen, zolang ik dat maar van een grote afstand kan doen.

Misschien is het ook gewoon eigen aan autisten. Als je in een niet-autistische wereld leeft kun je maar beter ‘t een en ‘t ander opsteken over hoe andere mensen werken, in elkaar zitten. Alleen heb ik dat observeren altijd wel leuk gevonden. Ik weet niet of dat voor alle autisten geld.





Op volle snelheid

8 08 2009

Vanmorgen om 6.00 uur wakker, meteen de computer aan (zoals altijd trouwens) om vervolgens op volle snelheid verder te gaan met mijn hobby van het laatste half jaar, Wikipedia. Geen tijd om fatsoenlijk te eten of iets anders, gewoon blijven produceren. Het onderwerp, of de onderwerpen, dat maakt niet zoveel uit. Lemma’s produceren is het enige wat telt. Liefst zoveel mogelijk zonder krom taalgebruik, en als dat toch al eens gebeurd is er altijd wel iemand die dat recht zet. Inmiddels meer dan 15 uur bezig, dat is niet echt een uitzondering, maar misschien toch tijd om ermee te stoppen voor vandaag. Morgen is er weer een dag. Nog even verder en dan mijn enthousiasme even opbergen. Ik zit inmiddels aan meer dan 400 lemma’s. Waarom heb ik het gevoel dat ik zo snel mogelijk aan 1000 moet geraken ? Ik weet het niet, het is een niet te stoppen drive op dit moment.

Op een ander front doe ik het waarschijnlijk stukken minder goed, het sociale, maar dat zal niemand verwonderen die deze blog al een tijdje leest. Na nogmaals een misverstand of conflict heb ik een groot deel van mijn internet accounts gewist. Het zat er al lang aan te komen. De frustratie werd te groot en nu heb ik mij nog wat meer “afgesloten” dan ik al was. Geen myspace, youtube, livejournal en pass meer, alles weg. Vooral het livejournal account was drastisch, ik hield het bij de laatste vijf jaar, met een hoop “online vrienden”, nu is alles weg. Deze blog en mijn facebook is zowat het enige wat nog overblijft en twitter, maar dat gebruik ik maar zelden.

Dan maar Wikipedia, gewoon veel produceren en niet communiceren. Da’s het enige waar ik echt goed in ben. De rest vergeet ik beter.