Voor veel mensen, ook autisten en zelfs ook voor mij is het moeilijk uit te leggen wat autisme nu precies is, ook wat het verschil is tussen de verschillende soorten autisme.
Maar eigenlijk is het misschien toch niet zo moeilijk. Een kernwoord is stugheid of inflexibiliteit. Mensen, ook niet-autisten zijn eigenlijk niet al te flexibel, maar ik zie autisme als inflexibiliteit in het kwadraat. Meer is dat toch eigenlijk niet.
Er is heel wat discussie over het verschil tussen klassiek autisme, aspergersyndroom en PDD-NOS. Vermeulen zit daar volgens mij niet ver af in zijn laatste boek. In theorie is er een verschil in het op tijd beginnen praten, in de praktijk heeft het gewoon te maken met intelligentie.
Je zou het zo kunnen stellen, alle autiten zijn autist. Ze hebben een erg inflexibel brein, het enige verschil is dat mensen gediagnotiseerd met klassiek autisme zo verstandig waren om geen taal te gebruiken wanneer het hen niet nuttig leek, mensen met Asperger taal begonnen te gebruiken op jonge leeftijd omdat het hen zo geleerd werd, ook al was het tegennatuurlijk en begrepen ze er zelf niets van en mensen met PDD-Nos hadden hetzelfde voor, maar zij waren nog net iets intelligenter en konden zich voortplanten, waardoor ze kinderen kregen met autisme die dan een diagnose kregen, waarop de vader het etiket PDD-Nos kreeg.
Austisten hebben het woord intelligentie niet uitgevonden, maar het bestaat wel. Het heeft verder niets te maken met je autisme, maar wel hoe je er mee omgaat. Hoe intelligenter, hoe meer je je kunt voordoen als “normaal”, maar da’s natuurlijk een facade.
Alle autisten hebben hetzelfde voor. Ze hebben een inflexibel brein, veel meer dan de niet-autist en da’s waar het autisme spectrum komt kijken. Het autisme is eigenlijk bij iedereen hetzelfde, alleen hoe je ermee omgaat en hoe je het kan compenseren is bij iedereen verschillend. Maar die verschillen horen alleen maar in het vakje “trivia”. Verder heeft het weinig belang.
Ik heb nu in vriendenkring en familie alle “soorten” autisten mogen ontmoeten. Het is veel van hetzelfde en iedereen heeft zijn “eigen” dingen. Maar gelijkenissen zijn overdonderend groot, wat het autisme betreft. Verder vult ieder het in naar eigen goedvermogen. Ik ben eigenlijk wel blij om nog niet intelligenter te zijn. Want die mensen ken ik ook en da’s vaak een leidensweg. Ze zijn er zich waarschijnlijk veel te veel van bewust en zijn dan ook vaak langdurig depressief. Gelukkig weet ik theoretisch wat er met me scheelt, maar in de praktijk voel ik er meestal niets bij. Da’s wel zo confortabel, geen emoties, of toch niet te veel. Zonder Rainman te zijn heb ik mijn leven ook ingevuld met veel informatie, met cijfers ook. Ik heb op Wikipedia veel reeksen gemaakt waar alleen de cijfers belangrijk zijn, dat maakt me gelukkig.
Ik heb wel het onderliggend besef dat ik aan veel dingen niet deelneem, aan emotionele dingen die wel belangrijk zijn voor anderen, maar zolang ik het alleen maar weet en er verder niets bij voel is dat ok. Ik houd me met inflexible dingen bezig zoals cijfers, nu al bijna een leven lang, het maakt me gelukkig en ook al weet ik dat er andere dingen bestaan, dingen die voor anderen erg belangrijk zijn, het maakt niet uit, want ik ben zoals ik ben, een inflexibel brein met matige intelligentie dat de mogelijkheid heeft om daarmee gelukkig te zijn.