Misschien wordt dit geen leuke of positieve blogpost, dus als U als lezer geen leuke post wil lezen, lees hem dan niet.
Toen ik ongeveer 13 jaar was hoorde ik van mijn vader dat mijn moeder een tijdje weg moest. Het bleek dat zij psychische problemen had. Ik wist niet goed wat dat betekende, maar mijn moeder verhuisde een tijdje naar de “kelder”, een afdeling van psychiatrische patiënten die het moeilijk hadden. Uiteindelijk verbleef mijn moeder daar meerdere keren, tot het niet meer nodig was in 1985 toen ze zelfmoord pleegde. Toen dat gebeurde begreep ik niet wat er aan de hand was. Ik begreep niet wat ze deed wat ze deed, maar ik aanvaarde het wat op zijn beurt op onbegrip stuitte naar mij toe. Het verlies van een ouder zonder zichtbare emotie.
Ik kon niet vermoeden dat ik figuurlijk op dezelfde plek zou eindigen. Want het moment dat ik voor de eerste keer werd opgenomen in dezelfde psychiatrische afdeling was die inmiddels verhuisd naar Brasschaat.
Maar daar belandde ik dus, voor een maand moest ik dezelfde dingen doen als mijn wijlen moeder, kunstwerkjes maken, therapieën volgen enzomeer. Vanaf de tweede keer lieten ze mij met rust, geen kunstwerkjes meer, alleen nog genoeg medicatie om mij “plat” te houden en de derde keer was niet beter.
Geen grote gesprekken meer, alleen voorkomen dat ik geen “domme” dingen zou doen. Het accent lag alleen nog maar op het voorkomen dat ik uit het leven zou stappen. Het heeft toen drie jaar geduurd, maar het is hen gelukt, ik ben er nog. Maar ik wil toch niet het belang onderschatten wat mijn vader mij ooit verteld had. Hij zei me ooit, een kind mag nooit eerder sterven als zijn ouders. Die zin heeft me altijd achtervolgd in die tijd. Hoe belangrijk kan één zijn die je vader zegt ? Soms heel erg veel.
Na mijn depressie, die gevolgd werd door sudeck, type 2, een ziekte die mijn zenuwstelsel aangetast heeft, kan ik geen normaal leven meer leiden. Vandaag leef ik alsof elke dag de laatste zou kunnen zijn – al is de ziekte niet levensbedreigend – ik kan niet anders dan leven van dag tot dag. Overmorgen telt niet echt, het is vandaag dat ik leef.
Om te leven had ik een keuze te maken. Een keuze weg van mensen, een leven meer als robot dan als mens. Waarom ? Omdat ik twee sterke kanten heb, een erg emotionele die de mogelijkheid heeft om mezelf tot destructie te brengen en tegelijkertijd een erg afstandelijke, een levenswijze die erg comfortabel is en waar ik mij in essentie het meest in thuis voel. Het zou ideaal zijn om een synthese van de twee te maken en daar naar te leven, maar dat is niet mogelijk, het is te ingewikkeld. Daarom verkies om een “robot” te zijn, niet zo moeilijk voor mij om alleen het “extreem mannelijk brein” te laten werken. Het is namelijk een kwestie van overleven.
De enige mogelijkheid voor mij – ben ik van mening – om te overleven is al het menselijke, of beter gezegd al het emotionele, te laten voor wat het is. Het nadeel is dat ik, als ik dan al eens contact heb met mensen, dat ik hen moet teleurstellen. Ze zullen het zonder mijn menselijke kant moeten doen. Dat is waarschijnlijk voor iedereen moeilijk.