Toen het proces naar mijn diagnose aan de gang was werd mijn vader gevraagd naar dingen die hem opgevallen waren tijdens mijn eerste levensjaren. Het was soms wel een verrassing voor mij, sommige dingen had ik echt geen idee van dat ze zo waren.
Een van die dingen was dat ik weinig zei (dat wist ik) en soms weinig tot helemaal geen emoties vertoonde wanneer je dat zou verwachten en ik had die gedachten en emoties wel (in mijn herinnering), alleen ik bracht ze blijkbaar totaal niet over.
Zo is het een feit dat elke keer mijn vader mij meenam naar een speelgoedwinkel, ik totaal ongeïnteresseerd bleef, geen enkele (positieve) gelaatsuitdrukking vertoonde (wat ook taal is) en op de vraag wat ik graag wilde hebben antwoordde ik niets, of dat ik met “niets” antwoordde. Ik kan er nu alleen maar naar raden, maar ik denk dat de vraag ook te vaag was. Misschien had hij moeten vragen, wil je dit ? Maar kans is dat ik daar ook geen raad mee geweten zou hebben.
Taal is nooit vanzelfsprekend geweest en ik heb nooit de idee gehad dat ik een beelddenker ben, toch in mijn verbeelding niet meer dan andere mensen. Maar eigenlijk hoe kan ik dat weten, ik heb het alleen maar aangenomen dat andere mensen hetzelfde aantal beelden produceert als ikzelf.
Misschien is het nuttiger om het om te draaien en te kijken naar de taal. Hier kom ik dezelfde beperking tegen, ik weet niet hoe anderen taal produceren. Ik zie wel dat het bij velen blijkbaar nogal vlot gaat, veel mensen zijn een figuurlijke spraakwaterval, dat ben ik niet, of alleen over onderwerpen die me echt interesseren kan het me gebeuren dat ik daar op door ga.
Ik heb geleerd goed te schrijven. Maar dat gebeurt niet spontaan. Als ik iets neerschrijf is dat meestal doordacht. Het gebeurt vaak dat wanneer ik wat opschrijf, ik eerst uren en soms dagen mijn schrijfsel in de pijplijn heb (of dus gewoon in mijn hoofd heb). Ik schrijf soms ook trefwoorden op een papiertje, zodat het schrijfsel een opbouw heeft. Het is zelden spontaan en zoals ze dat zeggen volledig uit de losse pols. Vaak moet ik naderhand ook nog gaan editten, fouten weghalen, spellingsfouten en vooral niet-correcte zinsbouw, woorden die verwisseld in een zin staan. Dat maakt het vaak ook vermoeiend.
Misschien daarom ook dat mijn schrijfsels nooit tot mensen gericht zijn. Het lijkt contradictorisch want wanneer je een blog bijhoudt, is het ook voor mensen te lezen, maar toch zijn mijn woorden eerder altijd gericht naar iets anders, misschien toch gewoon alleen maar naar mezelf, verder moeilijk uit te leggen. Mijn taal is artificieel, al doe ik moeite om het niet zo te laten lijken, maar het is wel zo. Om het zwart-wit te stellen heb je artificieel gemaakte taal die vooral bedoeld is om mee te delen, zoals in speeches of brochures, er is over gedacht en is niet spontaan, en dat is mijn taal. Je hebt ook sociale taal, iets waar ik dus nooit van geleerd heb om er echt ten volle gebruik van te kunnen maken.
Het is me al zo vaak voorgekomen dat ik begon als een lezer op een forum, ook wel lurker genoemd in het internet-tijdperk. Dan ging ik zelf ook posten, gewoon om mee te delen, een tekst over een gebeurtenis, een nieuwsitem, een stelling of een mening, maar soms kwam daar dan een antwoord op wat op een beginnende conversatie leek, per definitie altijd een sociale gebeurtenis en dan wist ik nooit wat ik daar mee moest. Ik besefte dan dat het ook iets sociaals was en dus vond ik het nodig om daar dan op te antwoorden, ook al wist ik niet goed wat. Ik antwoordde dus gewoon om te antwoorden omdat het “sociaal” moest, maar het was verder vaak onzin wat ik dan neerschreef, want ofwel is taal sociaal ofwel is ze dat niet, iets tussenin is erg verwarrend voor mensen.
Geen wonder eigenlijk toch dat ik op mijn tiende levensjaar beslist heb dat ik eigenlijk een robot ben ? Die dingen lijken (in science fiction) op mensen maar hebben vaak ook geen sociale finesse voor taal, het is allemaal gericht op informatie en als ze dan toch een sociale functie hebben is het artificeel en “gemaakt” om te kunnen communiceren met de gewone mens. Het is maar met het verkrijgen van de diagnose dat ik mijn stukje robot identiteit heb kunnen inwisselen met een tekortkoming wegens ASS, al zal die robot-identiteit me wel nooit meer loslaten, de idee zat te lang in mijn hoofd om dat nog helemaal los te kunnen laten en misschien is dat ook goed zo. Het heeft me enkele fascinerende interesses opgeleverd, science fiction, ruimtevaart, wetenschappelijke interesse, heelal en natuurlijk robots en androids. Verder was het ook een middel om de mens te observeren vanuit een ander perspectief, als niet-mens vanuit de verte, zonder eigen emotionele betrokkenheid naar de mens te kijken en hem proberen te begrijpen zonder al te veel vooroordelen of beschuldigende vinger, zoals wij ook dieren bestuderen en geen beschuldigende vinger opsteken naar dieren die andere dieren verslinden. Als het met voorbedachte rade zou zijn gebeurd zou het erg hoogmoedig van mij geweest zijn zelfs, maar het is gewoon een weg die ik heb afgelegd waar ik zelf geen keuze aan had.