Ongenuanceerd genuanceerd

12 11 2009

Ik heb gisteren wat in het boek “De wijde lucht omvatten” van de autist Daniel Tammet gelezen. Door mijn concentratiestoornissen lees ik altijd maar een paar bladzijden na elkaar. Maar het boek was toch wel heel herkenbaar en daarom wel grappig.

Tammet komt met berekeningen die aan moeten tonen dat het spelen op de lotto niet erg slim is, dat je bijvoorbeeld zeven keer meer kans hebt om door een bliksem getroffen te worden dan de hoofdpot te winnen. Hij gaat er dan op verder en vermoed dat het de armste mensen zijn die erop spelen omdat die er het meest op hopen, maar hij vind dat dom, want dan komt er weer een berekening hoeveel ze kunnen sparen door niet op de lotto te spelen. Helemaal op het einde vertelt hij nog dat het ook wel kan zijn dat mensen het gewoon spannend vinden en ook daarom meespelen.

Erg herkenbaar en omdat het voor mij herkenbaar is, vind ik het ook wel grappig, voor mezelf dan, kijkend naar mezelf, figuurlijk gesproken.

Als ik van iets overtuigd ben, ben ik ook geneigd om daar een héél lang en vurig betoog over te houden, waar ik ook cijfers en andere informatie zal bij betrekken. Soms ook vergelijkingen maken die achteraf bekeken krom kunnen zijn. Wat hij ook doet is het hebben over “mensen die het minste geld” hebben, wat mij niet zo erg fijngevoelig leek, maar ik merk dat soms bij een ander en hoe ik ook mijn best doe, vaak zeg ik zelf ook van die minder fijngevoelige dingen. En je weet dat dus maar pas als anderen daar een opmerking over maken, wat mij jongstleden nog maar eens gebeurd is. Da’s trouwens heel wat minder grappig en een van de frustraties waar ik mee moet leven.

Daarna probeert hij zijn betoog te nuanceren, maar dat gebeurd dan op zo’n karige manier dat het niet erg veel uitmaakt. Maar da’s toch ook iets dat ik herken. Je probeert te leren om evenwichtig te zijn, dingen vanuit verschillende oogpunten te bekijken, maar echt lukken gebeurt dat toch niet zo vaak.

Wanneer mensen met communicatief talent – laat ons zeggen een deel van de groep niet-autisten – een overtuiging proberen te poneren, heb ik gemerkt dat ze dat verdomd evenwichtig en genuanceerd kunnen overbrengen. Maar dat betekent niet per definitie dat de stelling/boodschap/mening ook genuanceerd is. Ze hebben gewoon het talent om het zo te laten overkomen. Een autist blijft toch altijd een figuurlijke olifant in de taalwinkel, slim communiceren zit er vaak niet in. Je zou kunnen zeggen, het is wel eerlijker, maar daar heb je uiteindelijk niets aan als je als olifant teveel vernield hebt.





Anders

29 09 2009

Ik kan het niet anders zeggen, ik ben anders als de meeste mensen en uit ervaring en gesprekken met autisten weet ik ook dat ik anders ben als de meeste andere autisten.

Zo’n vijf jaar geleden ben ik ernstig ziek geworden waardoor ik bijna alle sociale contacten verloor. Dat ik geen sociale contacten meer had vond ik niet erg, maar ik dacht dat dat zich toch ooit eens moest wreken. Veel alleen willen zijn, in mijn eigen wereldje, dat wilde ik altijd, maar teveel alleen, dat moest zich toch wreken op den duur ?

Dat dacht ik. Dat ik van altijd maar alleen te zijn, dat ik dat ook op den duur moe zou worden. Maar na vijf jaar moet ik de vaststelling maken dat ik het nog altijd fijn vind. Meer nog, ik voel me er nog beter en beter bij.

Af en toe een monoloog in deze blog, maar alle andere “in real life” en alle andere internet contacten zijn nu tot een absoluut minimum beperkt. Ik heb me eigenlijk nog nooit zo goed gevoeld. Het is “mijn tijd”, “mijn tijd van mijn leven”.

Ik voel me alleen een beetje schuldig dat ik mogelijk mensen in de steek laat, mensen die het goed met mij menen, maar ik heb moeite om nog iets van mij te laten horen. Ik ben alleen en nog nooit zo gelukkig geweest. Zo is dat. Maar naargelang ik minder en minder communiceer valt het me erg zwaar om het dan af en toe wel te doen.

Ik weet het, veel mensen kunnen dat niet begrijpen omdat sociaal contact heel belangrijk is in hun leven, maar ik heb een tijdje geleden de minieme contacten die ik nog had op het internet, voor een groot deel doorgeknipt. Ik dacht dat ik er misschien spijt van zou krijgen, maar het is niet zo, ik voel me gelukkig. Hoe minder mensen die ik tref, hoe gelukkiger ik ben.

Ik broed al een tijdje op een schrijfsel over hoe ik mensen zie, dat is zeker niet negatief, ik ben geen mensenhater, zeker niet. Dat stukje komt er nog aan, al weet ik niet wanneer.

Wat me wel moeilijk valt is dus nog om te communiceren. De “gaten in de tijd” dat ik totaal niet communicatief ben worden groter, de momenten dat ik niets meer kan zeggen, zelfs geen klein antwoordje op een ingekomen email, worden groter. Gewoon een regeltje terugschrijven worden moeilijker en kost tijd en ook stress. Dan moet ik profiteren van momenten als nu, als het even gaat, andere dagen zijn grote oceanen van stilte waar ik eigenlijk niet in staat meer ben om nog iets te zeggen. Maar dan voel ik me zeker niet ongelukkig. Misschien ben ik wel geboren om niets te zeggen, of alleen heel af en toe, wanneer het er echt toe doet.





Autisme, een slecht passend jasje

4 08 2009

Het is alweer meer dan een jaar geleden dat iemand met autisme mij vroeg om een tekst te schrijven over “het aanvaardingsproces van je eigen autisme en het moment dat je daar ook vrede mee hebt en het dan ook los kunt laten. De bedoeling was om verschillende verhalen van verschillende mensen te bundelen en nu is dat ook gebeurd. Het boekje heet : Autisme, een slecht passend jasje. Mijn bijdrage staat ook te lezen in deze blogpost.

Het was leuk om te lezen hoe verschillend er iedereen mee omgaat, en misschien toch ook wel een klein beetje confronterend, want van alle achttien bijdragen waren er toch ook minder positieve, een beetje bitter over het leven en ook dat was erg herkenbaar en ik besef maar al te goed dat ik erg mijn best moet blijven doen om het leven op een positieve manier te blijven zien. Dat gaat niet vanzelf.





In Detail

28 05 2009

Er wordt vaak gezegd dat autisten zwart-wit denkers zijn en ik kan het natuurlijk alleen maar over mezelf hebben, maar wat mezelf is het dus wel waar en ook weer niet. Ik denk dat ik gewoon fundamenteel anders denk, in detail.

Wanneer ik nadenk over een probleem, een stelling of een idee dan pik ik daar meestal een detail uit en ga daar dan diep op in. Het is niet dat ik dan niet zou weten dat ik maar een deel van de materie aan het analiseren ben, maar het is de enige manier waarop ik goed kan nadenken.

Dat wil niet zeggen dat ik dan volledig in zwart en wit denk en oordeel, ik splits het alleen op in vele stukjes. Dat neemt soms veel tijd in beslag, maar ik kan best nadenken over een detail en bijvoorbeeld volgende week een heel ander detail van hetzelfde probleem behandelen. Na een tijd, wanneer ik alle behandelde details bij elkaar kan leggen krijg ik een genuanceerder beeld, gedachtengang en ideeën.

Volgens mij heeft iedereen daar in meerdere of mindere mate last van, maar veel mensen zijn toch in staat om simultaan een aantal dingen tesamen te voegen en een synthese te maken van al de details uit één onderwerp, wat veel sneller tot een genuanceerd gedachtengoed zal leiden.

Het is voor mij geen probleem, om de dingen eerst in aparte stukjes te zien, daar over na te denken en een mening te vormen en achteraf alles samen te laten komen. Er stelt zich echter wel een probleem met de geloofwaardigheid.

Wanneer ik een gedachte heb over een detail van een probleem, situatie enzomeer, kan het zijn dat ik devolgende week een ander detail neem uit hetzelfde onderwerp om over na te denken. Dan kan het zijn wat ik beweer helemaal contradictorisch lijkt van wat ik een week eerder beweerde. Dat is namelijk niet zo ongewoon. Om een genuanceerd standpunt te verkrijgen moet je A en B verzoenen, een synthese maken, maar als je dat niet tesamen en op hetzelfde tijdstip doet, dan kunnen je eigen standpunten soms erg contradictorisch lijken.Voorbeeld om te verduidelijken :

Zo is mijn conclusie over de mensheid dat die over het algemeen zijn best wel doet, maar als ik dan bijvoorbeeld over onverdraagzaamheid nadenk zal ik een ongenuanceerd beeld geven van de mens, een detail van de mens, zonder rekening te houden met alle dingen die wel goed gaan. Een week later kan ik het dan misschien hebben over wat de mens allemaal goed doet. Als je die twee verhalen samen legt heb je twee contradictorische verhalen die samengevoegd moeten worden om een genuanceerd beeld te krijgen. Dat samenvoegen gebeurd bij mij nooit automatisch, het komt pas later. De meeste mensen kunnen meteen een gebalanceerd verhaal vertellen.

Zoals gezegd, voor mij is dat niet zo’n probleem omdat het de manier is waarop ik denk en ik van mezelf weet dat alles altijd wel samenkomt, alleen het heeft altijd zijn tijd nodig. Dat is trouwens een van de grootste redenen waarom ik blog en ik vroeger een website over autisme had. Om voor mezelf alle verschillende bedenkingen en dus alle verschillende details fysiek op een hoopje te hebben met de heimelijke wens om ooit eens genoeg materiaal te hebben om alles eens samen te leggen om er een genuanceerde synthese van te kunnen maken.

Ik besef wel dat denken in detail, en dit dan openbaar maken, kan leiden tot een gevoel bij anderen van labiliteit ten opzichte van mij. Ik begrijp zelf maar al te goed wanneer iemand op maandag iets zegt en devolgende dag lijkt hij totaal iets anders te zeggen, dat dat niet goed aankomt en onbegrepen gaat blijven.

Denken in details, dat is wat ik doe, het gaat niet anders, maar het is ook een reden om mijn gedachten vaak voor mezelf te houden, omdat wanneer ik iets openbaar zeg of schrijf, er tenminste toch al een begin van samenhang moet zijn. Deze post is een eerder samenhangende post, maar dat zijn ze niet percé allemaal. Ze zijn correct, maar vaak onvolledig. De synthese is vaak nog niet gemaakt en misschien denken alle mensen wel gewoon in details, maar de meeste kunnen die details héél snel samenvoegen.





Taal

16 05 2009

Toen het proces naar mijn diagnose aan de gang was werd mijn vader gevraagd naar dingen die hem opgevallen waren tijdens mijn eerste levensjaren. Het was soms wel een verrassing voor mij, sommige dingen had ik echt geen idee van dat ze zo waren.

Een van die dingen was dat ik weinig zei (dat wist ik) en soms weinig tot helemaal geen emoties vertoonde wanneer je dat zou verwachten en ik had die gedachten en emoties wel (in mijn herinnering), alleen ik bracht ze blijkbaar totaal niet over.

Zo is het een feit dat elke keer mijn vader mij meenam naar een speelgoedwinkel, ik totaal ongeïnteresseerd bleef, geen enkele (positieve) gelaatsuitdrukking vertoonde (wat ook taal is) en op de vraag wat ik graag wilde hebben antwoordde ik niets, of dat ik met “niets” antwoordde. Ik kan er nu alleen maar naar raden, maar ik denk dat de vraag ook te vaag was. Misschien had hij moeten vragen, wil je dit ? Maar kans is dat ik daar ook geen raad mee geweten zou hebben.

Taal is nooit vanzelfsprekend geweest en ik heb nooit de idee gehad dat ik een beelddenker ben, toch in mijn verbeelding niet meer dan andere mensen. Maar eigenlijk hoe kan ik dat weten, ik heb het alleen maar aangenomen dat andere mensen hetzelfde aantal beelden produceert als ikzelf.

Misschien is het nuttiger om het om te draaien en te kijken naar de taal. Hier kom ik dezelfde beperking tegen, ik weet niet hoe anderen taal produceren. Ik zie wel dat het bij velen blijkbaar nogal vlot gaat, veel mensen zijn een figuurlijke spraakwaterval, dat ben ik niet, of alleen over onderwerpen die me echt interesseren kan het me gebeuren dat ik daar op door ga.

Ik heb geleerd goed te schrijven. Maar dat gebeurt niet spontaan. Als ik iets neerschrijf is dat meestal doordacht. Het gebeurt vaak dat wanneer ik wat opschrijf, ik eerst uren en soms dagen mijn schrijfsel in de pijplijn heb (of dus gewoon in mijn hoofd heb). Ik schrijf soms ook trefwoorden op een papiertje, zodat het schrijfsel een opbouw heeft. Het is zelden spontaan en zoals ze dat zeggen volledig uit de losse pols. Vaak moet ik naderhand ook nog gaan editten, fouten weghalen, spellingsfouten en vooral niet-correcte zinsbouw, woorden die verwisseld in een zin staan. Dat maakt het vaak ook vermoeiend.

Misschien daarom ook dat mijn schrijfsels nooit tot mensen gericht zijn. Het lijkt contradictorisch want wanneer je een blog bijhoudt, is het ook voor mensen te lezen, maar toch zijn mijn woorden eerder altijd gericht naar iets anders, misschien toch gewoon alleen maar naar mezelf, verder moeilijk uit te leggen. Mijn taal is artificieel, al doe ik moeite om het niet zo te laten lijken, maar het is wel zo. Om het zwart-wit te stellen heb je artificieel gemaakte taal die vooral bedoeld is om mee te delen, zoals in speeches of brochures, er is over gedacht en is niet spontaan, en dat is mijn taal. Je hebt ook sociale taal, iets waar ik dus nooit van geleerd heb om er echt ten volle gebruik van te kunnen maken.

Het is me al zo vaak voorgekomen dat ik begon als een lezer op een forum, ook wel lurker genoemd in het internet-tijdperk. Dan ging ik zelf ook posten, gewoon om mee te delen, een tekst over een gebeurtenis, een nieuwsitem, een stelling of een mening, maar soms kwam daar dan een antwoord op wat op een beginnende conversatie leek, per definitie altijd een sociale gebeurtenis en dan wist ik nooit wat ik daar mee moest. Ik besefte dan dat het ook iets sociaals was en dus vond ik het nodig om daar dan op te antwoorden, ook al wist ik niet goed wat. Ik antwoordde dus gewoon om te antwoorden omdat het “sociaal” moest, maar het was verder vaak onzin wat ik dan neerschreef, want ofwel is taal sociaal ofwel is ze dat niet, iets tussenin is erg verwarrend voor mensen.

Geen wonder eigenlijk toch dat ik op mijn tiende levensjaar beslist heb dat ik eigenlijk een robot ben ? Die dingen lijken (in science fiction) op mensen maar hebben vaak ook geen sociale finesse voor taal, het is allemaal gericht op informatie en als ze dan toch een sociale functie hebben is het artificeel en “gemaakt” om te kunnen communiceren met de gewone mens. Het is maar met het verkrijgen van de diagnose dat ik mijn stukje robot identiteit heb kunnen inwisselen met een tekortkoming wegens ASS, al zal die robot-identiteit me wel nooit meer loslaten, de idee zat te lang in mijn hoofd om dat nog helemaal los te kunnen laten en misschien is dat ook goed zo. Het heeft me enkele fascinerende interesses opgeleverd, science fiction, ruimtevaart, wetenschappelijke interesse, heelal en natuurlijk robots en androids. Verder was het ook een middel om de mens te observeren vanuit een ander perspectief, als niet-mens vanuit de verte, zonder eigen emotionele betrokkenheid naar de mens te kijken en hem proberen te begrijpen zonder al te veel vooroordelen of beschuldigende vinger, zoals wij ook dieren bestuderen en geen beschuldigende vinger opsteken naar dieren die andere dieren verslinden. Als het met voorbedachte rade zou zijn gebeurd zou het erg hoogmoedig van mij geweest zijn zelfs, maar het is gewoon een weg die ik heb afgelegd waar ik zelf geen keuze aan had.