Toen ik klein was noemde men mij soms een achterlijk kindje en soms ook een geniaal kindje. Geraak daar maar eens aan uit. Toen ik véél later mijn diagnose van autisme kreeg, begreep ik plots een heleboel, ook waar die tweespalt vandaan kwam. Ik dacht dat die diagnose alles zou oplossen en een antwoord zou bieden op al mijn problemen. Dat was natuurlijk niet zo met als gevolg een zware depressie.
Die depressie ben ik allang voorbij. Hij is gelukkig weg. Maar de laatste tijd maakte ik me zorgen. Hij zou wel eens terug kunnen komen. Ik voelde me vaak niet goed. Iemand zei dat ik misschien bipolar ben.
Daar lijkt het veel op, maar na een gesprek met mijn psycholoog lijkt alles toch weer iets klaarder te zijn. Het heeft te maken met hoe ik leef. Mijn leven is de laatste tijd weer erg vernauwd. Dat wil zeggen dat ik voor het grootste deel de meeste informatie haal uit het nieuws en het internet. Echte contacten heb ik (bijna) niet meer.
De informatie uit het nieuws en van het internet is de laatste tijd erg ongenuanceerd en niet erg hoopgevend. Daar laat ik me dus door leiden. Vanzelfsprekend dat ik dan vaak teneergeslagen ben. Niet meer dan logisch.
Ik vermeid alle normale sociale contacten omdat ik ze te moeilijk vind, maar wat ik in de plaats krijg zijn ongenuanceerde en vaak harde berichten, geplukt uit het nieuws en van het internet. Geen wonder dat ik er niet vrolijker op wordt.
Mijn psycholoog vind eigenlijk dat het goed zou zijn dat ik terug wat meer “gewone” sociale contacten zou hebben. Maar hij weet ook dat dit moeilijk is. Hij weet van mijn inflexibel brein dat geen veranderingen toelaat. Zover ik weet zegt mijn brein, niets veranderen, al is er een heel klein stemmetje dat zegt dat ik niet goed bezig ben.
Dit is geen sollicitatie tot verandering, alleen een eerlijke vaststelling waar ik zo snel mogelijk weer wil van gaan “lopen”. Het is niet fijn om het over je fundamentele gebreken te hebben.