Voedsel

29 10 2009

Het voedsel dat ik nog steeds het beste binnen krijg is spaghetti. Het is waarschijnlijk het enige eten dat ik altijd wel kan eten. Ander voedsel eet ik ook, veel rijst ook, maar niet altijd. Ik eet ook niet altijd spaghetti, maar dat is denk ik het enige voedsel dat ik alle dagen zou kunnen eten.





Een hele weg (over mezelf)

26 10 2009

Als je de vier vorige posts heb gelezen, ja ik heb geluk gehad. Ik ben soms uitgelachen door mede-leerlingen, door leraren en kleuterleidsters, dat gaat niet in (figuurlijk) je kouwe kleren zitten, maar als je ouders en grootouders je wel serieus nemen, dat maakt een wereld van verschil.

Ik heb in het verleden veel conversaties gehad met ouders van autistische kinderen. Ook vooral Amerikaanse. ouders. Als ik maar één ouder er van heb kunnen overtuigen dat kinderen met autisme héél gelukkig kunnen worden met de autistische dingen die ze doen, is dat voor mij geslaagd.

Ik ben gelukkig, omdat mijn ouders (en grootouders) en sommige andere mensen dat toelieten. Het is soms moeilijk om mensen te overtuigen dat repetitief gedrag gelukkig kan maken en dat het niet een afwijking is. Mijn tante noemde mijn autistisch nichtje een  “ongelukkig kindje”.

Ik hoop dat op een dag dat “anders” zijn niet meer als ongelukkig wordt gezien. Repetiviteit kan voor sommige mensen geluk betekenen.

Spijtig wel voor de mensen die niet zoveel geluk hebben gehad als ik. Mensen die geen ouders of grootouders hadden met zoveel “autistisch” begrip. Sommigen zijn mishandeld en dat komt misschien nooit meer goed. Die mensen zijn niet meer te helen.

Daarom wil ik ooit nog vertellen hoe mijn leven is geweest, omdat mijn ouders en grootouders het goed meenden. Ik wil dat vertellen, want wanneer een kind in goede omstandigheden wordt opgevoed is er nooit iets verloren.





Een hele weg (over vaders)

26 10 2009

Mijn vader wordt volgende week 67. Ik maak mij wel een beetje zorgen over hem. Hij is bang om Altzheimer te krijgen. Hij heeft mij enkele weken geleden zijn euthanasie verklaring gegeven. Dat maakt mij wel ongerust.

Enkele jaren geleden was hij bijna weg. Na een lever falen was hij bijna weg. Maar net op tijd was daar in Leuven een lever-transplantatie, wat hem redde.

Mijn vader is, tot tegenstelling van mijn moeder, altijd een zacht mens geweest. Ondanks mijn falen, hij is altijd achter mij blijven staan en is altijd in mij blijven geloven.

Toen ik acht jaar geleden gediagnosticeerd werd met autisme, had ik het moeilijk om het hem te vertellen. Maar hij wist van het proces omdat hij een vragenlijst had ingevuld. Uiteindelijk werd ik gediagnotiseerd met het Autisme Spectrum Stoornis. Ik wilde het eerst niet vertellen, omdat ik weet dat hij niet hebben van “aanstellerij”, iets waar je als (nieuwe) autist toch schrik voor hebt.

Toch vertelde ik het hem. Hij zei meteen, ik ben blij dat ik het weet. Dat geeft voor mij vele antwoorden voor vele (lange en oude) vragen.

Hij was blij voor mij en ook blij voor zichzelf. Hij had zoveel geïnvesteerd in zijn kind zonder veel resultaat. Nu wist hij waarom.

Hij heeft héél veel gedaan voor hij wist dat ik autistisch was (hij wist wel dat er iets was) en hij heeft ongelooflijk veel gedaan nadat hij wist dat ik autistisch was.

Op 43 jaar heb ik maar één emotioneel moment gehad. Ik had het moeilijk om autistisch te zijn. Hij vroeg me wat er was. Ik zei dat ik niet veel waard ben. Hij zei me (met heel veel overtuiging – ongewoon voor hem) Niet jij, jij bent niet minder waard.





Een hele weg (over moeders)

26 10 2009

Na mijn post over grootmoeders en grootvaders, moet ik nog twee posten afwerken, over mijn ouders, da’s niet makkelijk.

Mijn moeder kon soms hard zijn. Niet dat ik daar zelf een complex heb over gehouden, het blijft een complex item.

Mijn moeder pleegde zelfmoord, net zoals mijn overgrootvader. Het is iets moeilijks om daar iets over te zeggen.

Persoonlijk heeft het voor mij wel een gevolg gehad. Haar zelfmoord was een keerpunt in mijn leven. Het was toen definitief zo dat ik niet normaal was. Mijn reactie op haar dood was niet normaal, ijskoud.

Toch verwijt ik haar zeker niets, omdat ik besef dat zij het met haar brein moeilijk heeft gehad. Ze had ook haar demonen, alleen kon ik dat niet weten.

Ze was niet slecht en ze bedoelde het goed. Maar ze had niet de mogelijkheid om een normaal ouder te zijn. Dat kan ik haar niet verwijten. Het zij zo. Ik heb nog slechter gedaan. Wie ben ik dan om een oordeel te vellen ?





Een hele weg (over grootvaders)

26 10 2009

Nu ik toch bezig ben over mijn familie, vind ik dat ik maar meteen moet doorgaan op het onderwerp.

Mijn grootvader studeerde aan het seminarie. Hij zou een katholiek priester worden, ware het niet dat hij mishandeld werd door die mensen, iets wat hij nooit verteld had, behalve één keer tegen mijn grootmoeder. Daarom weten we het.

Daarom werd hij geen pastoor, maar trouwde hij mijn grootmoeder. Een gevolg ervan is dat ik er ben. Maar dat neemt niet weg dat hij zijn leven lang gelovig is gebleven, in tegenstelling tot mijn vader en mij, die nooit gelovig zijn geweest.

Mijn grootvader had het ook niet gemakkelijk. Toen hij op zijn zestiende verjaardag thuis kwam stond er een houten kruis voor de voordeur. Zijn vader had zelfmoord gepleegd, maar daar werd verder niet op in gegaan, zo was de katholieke kerk wel. Er werd over gezwegen, zo kon mijn overgrootvader in “gewijde” grond begraven worden. Als zelfmoordenaar kon dat niet, maar als er over gezwegen werd, dan bestond dat niet. Hartaanvalletje! Wel mooi als katholieken om de ogen te sluiten die tijd.

Mijn grootvader was erg intelligent en daarom zal ik iemand die gelovig is nooit uitlachen of zeggen dat geloof niet erg wetenschappelijk is. Ook al geloof ikzelf niet in een God, ik zal anderen daar nooit op aanspreken, speciaal omdat mijn grootvader gelovig was. Weten wij veel ?

Mijn grootvader wist dat hij zou sterven, maar vertelde ons niets. Bij onze laatste vakantie aan de Belgische kust maakte wij (ik en mijn grootvader) altijd een avondwandeling. Op een keer vertelde hij me : ” Je moet wat maken van je leven”.

Je moet wat maken van het leven. Ten tijde van mijn depressie was ik dat even vergeten, maar later ben ik mij vooral die ene zin beginnen te herinneren, omdat hij er toe doet. Je moet wat maken van het leven. Dat is het enige wat telt. Met andere woorden, je moet voor jezelf zorgen dat je een beetje gelukkig wordt. Een zin van goud. Dat probeer ik me altijd voor te houden. Mijn grootvader stierf toen ik 16 was, hij 62.

Mijn andere grootvader heb ik ook gekend. Hij stierf toen ik 12 was. Hij komt natuurlijk uit de “autistische” familie waar geen woorden maar daden meer kracht hebben. Toen ik bij hem op bezoek was had ik zin in pudding (de typisch Nederlandse vla die ik nog vaak ga halen in Nederland). Hij nam me mee naar de winkel en kocht een pak vla, meer kon ik niet van hem verwachten, het was goed zo. Het is wat ik ben vandaag. Ik kan ook dat maar niet meer.