Jeugdsentiment

24 07 2009

drrTijdens het internetsurfen kwam ik een stukje jeugdherinnering tegen. Ik las niet zoveel, maar ik heb heel wat boeken van de Rode Ridder gelezen. Het was toch een beetje magie.

Ik heb er nog een stuk of tien exemplaren van, die weliswaar ergens ver weggeborgen liggen bij mijn vader thuis en ik heb niet de intentie om ze nog eens te herlezen, want de herinnering is altijd beter dan het allemaal in real-time realiteit is.





Tussen mens en machine

21 07 2009

Ik kom nog maar eens terug op een – voor mij – overbekend thema. De idee dat ik mij soms meer machine (of robot) voel dan mens, al zou je kunnen zeggen dat wanneer je het woord “voelt” gebruikt, dat toch menselijk moet zijn. Maar er ontbreekt iets, of misschien toch niet, maar het zit dan toch alleszins diep verborgen in me.

Het gaat met periodes. Soms dan komt de dieper-menselijke kant in mij boven, maar vaak ligt die figuurlijk begraven. Dan bestaat mijn leven uitsluitend uit functioneren, het doen van (vaak repetitieve) handelingen en is er weinig of geen sociaal contact mogelijk. Ik bekijk eigenlijk sociaal contact met “mens zijn” en functioneren en handelingen uitvoeren met “machine zijn”. Het grootste deel van mijn leven bestaat uit het tweede. Het eerste valt er figuurlijk af, omdat ik het te moeilijk vind, het tweede gaat mij veel beter af, al kan ik mij daar zelf soms figuurlijk in voorbij lopen.

Ik voel me dus vaker machine als mens, ik weet niet of de gemiddelde mens zich daar iets bij kan voorstellen, maar vaak gaat het niet anders.

Ik kijk nog af en toe eens naar Star Trek: The Next Generation, waar de androïde Data eigenlijk maar één wens heeft, het weten hoe het voelt om mens te zijn. Daar denk ik vaak aan. Weet ik wel echt wat het betekent om mens te zijn ? Ik denk het wel, want ik heb mijn periodes dat ik heb ben, maar erg aantrekkelijk vind ik het dan weer niet. Misschien wil ik wel het tegenovergestelde, weten hoe het voelt om voor 100 % geen mens te zijn, want tenslotte blijf ik een tussengeval. Nu ja, één troost, binnen een jaar of veertig – of korter – zal ik ophouden te bestaan, dan is dat probleem meteen van de baan. Tot dan zal ik verder doen, af en toe als mens en soms als machine. Daar is eigenlijk niets mis mee.





Grensgeval

21 07 2009

Door mijn genealogische opzoekingen weet ik dat mijn Nederlandse familie Belgische roots heeft en mijn Belgische familie Nederlandse. Je zou dus kunnen stellen dat ik letterlijk een grensgeval ben, wat ook een figuurlijke betekenis kan hebben, een beetje gek zijn maar niet te veel. Ik vind het eigenlijk wel grappig en om heel eerlijk te zijn, wie wil er nu normaal zijn ? Ik in elk geval niet. Ik ben dus ergens wel blij een grensgeval te zijn, figuurlijk en letterlijk door toeval.





Stamboomgekte

15 07 2009

Ik heb me de laatste dagen weer volledig op het stamboom onderzoek gestort en van alle gegevens die ik tot nog toe heb gevonden heb ik dan weer allerlei lijstjes gemaakt.

Momenteel ken ik de namen van 133 rechtstreekse voorouders, dat wil zeggen, ouders, grootouders, bedovergrootouders, enzovoort. Verder heb ik nog heel wat namen van broers en zussen, maar die heb ik nog niet geteld.

Van 45 rechtstreekse voorouders heb ik zowel de geboortedatum en de sterfdatum, ik heb van de meesten tenminste 1 datum, maar als je de twee hebt kan je de gemiddelde leeftijd berekenen, voor deze 45 voorouders is dat 64,4 jaar, er zit maar een paar maanden verschil tussen de groep vrouwen en de groep mannen. De gemiddelde leeftijd per geboren per eeuw is als volgt :

17de eeuw (11 personen) – 60,9 jaar
18de eeuw (15 personen) – 63,1 jaar
19de eeuw (15 personen) – 70,6 jaar
20ste eeuw (4 personen) – 58,2 jaar

De oudste persoon stierf op 89 jarige leeftijd, de jongste op 33.

De vroegste geboortedatum bij benadering die ik gevonden heb is omstreeks 1400 (gevonden op het internet, aangepikt op iemand anders stamboom) De vroegste geboortedatum die ik zelf vond is 21 april 1685.

Van de 133 rechtstreekse voorouders hadden er 30 die een voornaam hadden die niet voorkwam bij mijn andere voorouders (wel bij broers en zussen). De andere namen kwamen minstens 2 keer voor, hier volgt de lijst met het aantal, ik heb wel de latijnse en Nederlandse (zoals Adrianus en Adriaan) bij elkaar geteld. Het gaat hier alleen maar om de eerste voornaam, niet over de tweede en derde.

1. Petrus – 16
2. Johannes – 11
3. Adrianus – 10
4. Anna en Maria – 8
5. Elisabeth en Johanna – 7
6. Jacobus – 6
7. Cornelia, Cornelis en Michiel – 5
8. Amerberga en Catharina – 4
9. Adriana – 3
10. Arnoldus en Willem – 2

Van 60 rechtstreekse voorouders weet ik met zekerheid de geboorteplaats, op de map hieronder staan ze afgebeeld met de blauwe cirkels. Ze zijn alle zestig geboren in een straal van 50 km.

map1





Demonen

7 07 2009

Waarschijnlijk draagt iedereen zijn demonen mee, vaak of meestal opgedaan tijdens de jeugdjaren. Ik heb er ook een paar en deze demonen hebben niets of weinig met je eigen beperkingen te maken, al lagen ze misschien initieel aan de grondslag van je beperkingen.

Eén van mijn demonen heb ik toch meegekregen van mijn moeder. Ik wil haar er zelfs niet op aankijken want ze waren misschien wel terecht en verder kon ze er zelf niet aan doen, want ze heeft ongetwijfeld hard gevochten met haar eigen demonen. Je pleegt niet zomaar zelfmoord op 39-jarige leeftijd. Haar demonen waren waarschijnlijk een tienvoud als de mijne, al heb ik ze nooit gekend of begrepen. Ik ben er dus niet kwaad over. Sommige mensen hebben te maken met veel grotere demonen in tegenstelling waar ik ooit mee te maken zou hebben gehad.

Maar toch, een van mijn grote demonen is egocentrisme en egoïsme, iets waar mijn moeder veel naar verwees, en waarschijnlijk terecht. Als kind was ik zeker egocentrisch en soms (ongewild) egoïstisch en ik wil daar verder geen uitvluchten over verzinnen, het was zoals het was.

Dat draag ik de rest van mijn leven mee. Ik kan het niet hebben dat iemand mij een compliment geeft, al gebeurd dat nog vaak. Dan wordt ik opstandig en denk bij mezelf dat ik dat helemaal niet verdien.

Ik heb in mijn leven nogal eens de opmerking gehad dat ik in bepaalde gebieden talent had, en dat ik daar gebruik van zou moeten maken, ook omdat dat ten voordele zou kunnen zijn van andere mensen. Maar dat aanvaard ik dus niet. Ik heb geen talent en al zeker geen talent dat anderen zou kunnen helpen of iets bijbrengen.

In mijn  hart weet ik dat het anders zou kunnen zijn, vooral als ik de dingen iets minder ernstig zou nemen.  Maar ik zal het nooit van me af kunnen schudden. Al weet ik eigenlijk dat het af en toe niet helemaal zo is, ik zal altijd vol blijven houden dat ik helemaal niets waard ben en niets kan. De enige toegeving die ik daarover doe is voor een keer deze post te schrijven, geschreven in een zwak moment en die mij waarschijnlijk morgen een figuurlijk doorn in het oog zal zijn. Misschien zal ik hem dan weer verwijderen, omdat ik het flauwe kul zal vinden, geschreven op een zwak moment.

Soms zou het leven best eenvoudiger mogen zijn, maar dat is het nooit.