Neutralisme

23 09 2008

Echt neutraal zijn bestaat waarschijnlijk niet, maar je kan er wel naar streven. Dat is iets wat ik vaak probeer te doen, neutraliteit nastreven. De uitkomst is dan iets dat een eind op weg naar die nagestreefde neutraliteit moet zijn.

Neutraliteit wordt waarschijnlijk niet altijd even positief ervaren door sommigen. Het kan de indruk geven van onverschillig te zijn, wat soms terecht is en soms ook weer niet.

Het woord komt van het Latijnse woord Neutrum, wat geen van beiden of onzijdig betekent. Wij gebruiken het in de betekenis van onpartijdig en afzijdig.

Dus ik streef vaak naar die onpartijdigheid, ook al weet ik dat het voor een deel illusie is, maar het zit in mijn persoonlijkheid, ik voel me daar nu eenmaal goed bij.

Ik erger er mij soms aan dat journalisten hun onpartijdigheid niet kunnen verbergen. Zij zouden toch ten alle tijden onpartijdig moeten proberen te zijn ? Maar vaak hebben ze een politieke kleur, een mening. Ik zou graag zien dat er wat meer journalisten onpartijdig zouden zijn, maar dat zal ook wel een illusie zijn om dat te verwachten van hen. Nu ben ik natuurlijk partijdig in mijn mening over hen, wat bewijst hoe moeilijk dat wel is, om onpartijdig te zijn.

Ik ken zelf wel mensen die de indruk kunnen geven van onpartijdig te kunnen zijn, die weg van alle emoties, open staan voor elk inkomend bericht en die los van hun persoonlijke voorkeuren en gevoelens, kunnen opnemen en reageren.

Waar ik naar streef – en dat lang niet altijd lukt – is geen rekening houden met mijn eigen eventuele emoties als ik iets moet beoordelen. Misschien wil ik dat omdat dit mij het meest correct en dus logisch lijkt en ook omdat dat ook van nature in mijn aard ligt.

Hoe werkt dat dan ? Ik geef mijn mening maar vertel er vaak bij dat mensen er voor de rest maar moeten mee doen wat ze willen. Dat mijn mening maar mijn mening is en dat ik zeker niets probeer op te dringen of zo.

Helaas slaag ik daar vaak ook niet in en dat vind ik dan achteraf altijd weer spijtig. Want ondanks partij kiezen vaak als “sterk” wordt ervaren en onpartijdigheid of neutraliteit wordt gezien als “zwak”, ik vind het iets moois en puurs hebben. En dat de Latijnse betekenis “geen van beiden” is kan ik ook zien als zijnde een buitenstaander zijn, iets wat ik natuurlijk ook ben in deze wereld.

En het heeft ook zijn gevaren. De filosofie van Google is altijd neutraliteit geweest, niemands website voortrekken in de zoekresultaten en hun slogan is “don’t be evil”. Maar toen China Google vertelde dat ze moesten gaan censureren, hebben ze dat gedaan. Misschien schuilde daar ook een logica achter, behalve het geld dan, dat ze ook “neutraal” zijn als het op regimes aankomt en dat ze geen oordeel willen vellen over bepaalde regimes, maar dan is die neutraliteit geen echte neutraliteit meer, want je kiest partij tegen de gewone Chinese internet gebruiker. Soms wordt je gewoon gedwongen om partij te kiezen.

Google houdt al onze zoekresultaten bij om hun zoekmachine te verbeteren. Zo is bevoorbeeld de verbeteraar (bedoelt U…) ontwikkend. Ze zeggen dat ze die zoekresultaten alleen voor dat gebruiken en ze zullen die persoonlijke gegevens niet misbruiken. Wel, ik geloof hen. Alleen hebben ze het niet altijd voor het zeggen en wat gebeurd er als de Amerikaanse overheid die gegevens opvraagt ? Juist, dan geven ze die. Neutraliteit is soms onmogelijk en dan kan je alleen nog een keuze maken en je geweten volgen.





Situatie Humor

17 09 2008

Ik vind situatie humor altijd heel erg grappig. Misschien omdat het zo echt is en niet met voorbedachte rade bedacht is. Austisten creëren met hun contextblindheid wel vaker voor zo’n situaties.

De een mens zijn bedoeling is vaak ook helemaal anders als dat van een ander mens. De context hoe hij of zij de dingen ziet kunnen vaak tegengesteld zijn, en dan onstaan er nogal eens grappige situaties.

Zo hoorde ik gisteren een anecdote op de radio, dat ik zo grappig vond dat het mij nu nog doet glimlachen. Deze week was er in het nieuws dat in de verenigde staten een museum directeur een erg duur schilderij per ongeluk met de vuilnisophalingsdienst had meegeven en dat het schilderij vernietigd was.

Op Radio 1 werd Jan Hoet, museum directeur bekend van televisie, opgebeld met de vraag of hij ook soortgelijke dingen had meegemaakt. Dat bleek niet te zijn, maar hij vertelde een anecdote van een gebeurtenis dat zich plaatsvond in een museum van Berlijn.

Daar stond een “kunstwerk” dat de vergankelijkheid van de dingen moest voorstellen. Het was een badkuip en de kunstenaar had het erg vuil gemaakt. Echter de poetsvrouw van het museum zag dat helemaal anders, ze had het bad dan ook een grondige schrobbeurt gegeven.

Ik zag het al helemaal voor me, een aanstormende museum directeur in paniek en een poetsvrouw die beide fier (omdat ze het toch maar schoon heeft gekregen) en ook een beetje verontwaardigd is. (omdat ze zo hard had moeten schrobben en ook omdat het toch geen doen is, zo’n vuiligheid in dat museum, wat zouden de mensen wel niet van haar denken als poetsvrouw moesten ze die vuile badkuip zien staan)

Zulke dingen vind ik nu grappig. De context en doel van de een is niet hetzelfde als dat van een ander, wat soms tot humoristische situaties kan leiden :-)





Vergelijkend Denken

15 09 2008

Vandaag ben ik wat aan het nadenken geweest over denken. Ik weet eigenlijk zelf amper hoe ik denk, dus ik kan zeker niet weten hoe andere mensen nadenken. Soms denk ik wel eens dat er misschien niet zoveel verschil is tussen mensen onderling, in de manier waarop ze denken, andere dagen denk ik dat weer wel. Het is ook niet belangrijk – alleen vind ik het wel interessant.

De enige manier om een beetje te achterhalen hoe mensen nadenken is naar hun gedrag te kijken en naar wat ze allemaal te vertellen hebben. Daar merk ik dan toch dingen die nu net anders zijn bij heel wat mensen ten opzichte van hoe ik denk. Ik merk dat mensen vaak bezig zijn met vergelijken. Dan denken ze na over zichzelf met andere mensen als referentiepunt.

Vaak vergelijken mensen hun uiterlijk met dat van andere mensen, hun gewicht bevoorbeeld. Mensen hebben vaak rolmodellen – vaak onrealistische – waar ze aan willen beantwoorden. Vaak willen ze ook dezelfde materiele zaken, als de buurman iets koopt, dan wil men dat ook, of nog beter. Dat zijn eerder allemaal negatieve dingen, er wordt ook vergeleken in positieve zin. Het zijn clichée voorbeelden die natuurlijk niet voor iedereen gelden, maar wat ik er mee wil aantonen is dat mensen heel vaak vergelijken. Ik vergelijk ook vaak, maar vergelijk zelden mezelf met iemand anders.

Ik vergelijk mensen onderling met elkaar, om daar de gelijkenissen en verschillen vast te stellen, maar mezelf vergelijken met iemand anders, dat gebeurt veel minder. Het is niet zo dat ik in mijn kindertijd had besloten om mezelf niet te vergelijken met anderen of zo, het kwam nooit bij me op. Het heeft betrekkelijk lang geduurd voordat ik begreep dat andere mensen net zo waren als ik. Ik had het idee dat ik “ik” was en mensen “mensen” en dat daar geen vergelijkingspunten waren. Nog veel later, toen ik al lang besefte dat “ik” ook “mens” was, heeft het dan nog héél lang geduurd voor ik echt begreep dat ook mijn gedrag een invloed kon hebben op anderen. Ik wist wel dat ik een aantal zaken niet mocht, zoals mensen uitschelden om maar een voorbeeld te noemen, maar dat besef kwam er vooral omdat ik wist dat ik gestraft zou worden. Maar dat ik daar andere mensen mee kon kwetsen, dat besef is maar later gekomen.

Ik vermoed dat dat een reden is waarom ik zelden een vergelijking maakte tussen mezelf en anderen en dat dat tevens ook de reden is waarom mijn identiteitsvorming atypisch is verlopen. Ik vergeleek niet omdat ik het verband niet zag tussen mezelf en anderen. Ik heb het vergelijken wel geleerd, maar vaak lopen de vergelijkingen mank of zijn ze soms te ver gezocht.

Wat in dat verband ook bij me opkwam was dat niet-letterlijke taal, metaforen, spreuken en gezegden, vaak ook vergelijkingen zijn, die een situatie moeten verduidelijken met een – andere – gelijkaardige situatie. Zo ben ik wel een fan geworden van metaforen. Niet die van anderen, want die begrijp ik vaak niet, maar het zelf bedenken van metaforen. Maar ik heb al gemerkt dat ze vaak ook te ver gezocht zijn. Als je een vergelijking wil maken, moet er nog wat logica in blijven en wanneer je dan een detail uit een situatie neemt en je maakt daar dan een nieuw detailverhaal van die dan een metafoor zou moeten zijn, dan gaan mensen die de gewoonte hebben om de dingen wat ruimer te interpreteren, het metafoor helemaal niet snappen of naast de kwestie vinden.

Dat alles bracht me tot de gedachte : Vergelijken autisten minder dan andere mensen ? Dan dacht ik aan mijn vorige blogpost, waar ik het over onverwachte situaties had. Moet je – om op onverwachte situaties goed te kunnen reageren – ook geen vergelijkingen kunnen maken ? Putten uit vroegere ervaringen die soortgelijk zijn maar toch niet helemaal hetzelfde en die gebruiken om nieuwe onverwachte situaties goed in te schatten en daar dan gepast en efficient op te kunnen reageren ? Met andere woorden, het flexibel omgaan met vroegere ervaringen zodat je ze kunt vergelijken met een nieuwe situatie.

Dus flexibel vergelijken moet je kunnen, maar op een manier dat de vergelijking niet mank gaat lopen. Ik heb het gevoel dat ik dat doe, ofwel te weinig vergelijken ofwel het veel te ver gaan zoeken. Dan is er twijfel, ben ik het niet te ver gaan zoeken ? Is het te begrijpen ? Begrijp ik het wel allemaal echt ? Zoals nu.





Theorie en Praktijk

13 09 2008

Een mens kan veel weten in theorie, maar in de praktijk, wanneer het erop aan komt, er niets van terecht brengen. Dat is iets wat ik maar al te goed ken. Dat kan over allerhande dingen gaan, maar ook voor de meest eenvoudigste dingen kunnen theorie en praktijk ver uit elkaar liggen. Het gebeurt me nogal vaak dat ik dingen die zo voor de hand liggen, niet kan doen, wanneer er in de praktijk zich onverwachte situaties voordoen. Meestal is het niet erg en af en toe wel grappig ook, als je er achteraf op terug kijkt.

Een bekend voorbeeld is dat fragment uit de film Rainman, waar het hoofdpersonage de straat over steekt en in het midden van de straat blijft staan wanneer het voetgangerslicht plots op “Don’t Walk” springt.

Om een voorbeeld te geven, zo was ik eens op een bijeenkomst met een spreker, die tijdens het gesprek vertelde dat ze een boek had geschreven. Iemand vroeg waar dat boek te koop was en de spreker, alsook schrijver vertelde dat ze exemplaren bij had en dat wie dat wenste er meteen een kon kopen. Iedereen wilde dat boek wel hebben, want een boek van iemand die je persoonlijk ontmoet hebt en bovendien over een onderwerp dat je interesseert, dat wil je toch lezen. Ik had gelukkig meer dan geld genoeg bij me, dus ik had geen twijfel of ik het al dan niet zou kopen.

Toen ze terugkwam met een doos vol boeken zei ze : “Ik zou wel willen dat jullie gepast geld geven, want ik heb geen wisselgeld bij me…” Onverwachte gebeurtenis en daar stond ik dan, helemaal geblokkeerd. Ik had namelijk geen gepast geld. Dan kocht iedereen het boek, behalve ik, die daar verbouwereerd stond te staan en daarna zonder boek naar huis is gegaan.

Dat is een voorbeeld van wanneer er in de praktijk een onverwachte gebeurtenis plaatsvind, het niet meer wil lukken. Iedereen kan zich indenken dat je toch kunt vragen of ze toch niet kan wisselen, meer nog, nadat al die mensen met gepast geld hadden betaald, had ze inmiddels wisselgeld genoeg om mij terug te geven, maar dat lukt dan niet. Haar zin over het gepast geld staat dan erg scherp in mijn hoofd en dan is het een onoverkomelijkheid.

Dat is best wel frustrerend af en toe. Ik ben dus echt wel intelligent genoeg, maar wanneer er onverwachte dingen gebeuren blijkt die intelligentie en het logisch denken plots verdwenen te zijn.

Nu, dat voorval met het boek zal mij geen tweede keer meer gebeuren, want dat heeft nu een plaatsje in mijn hersenen gekregen. Echter, de kans dat ik voor de tweede keer exact hetzelfde ga meemaken is klein. Er is wel een zekerheid dat ik nog veel onverwachte situaties voor de eerste keer ga meemaken en dan valt het altijd af te wachten of ik daar gepast op kan reageren. Vaak wel maar soms ook weer niet.

Theorie is mooi, daar krijg je tijd voor, om erover na te denken. Bij de praktijk is dat veel minder, daar gaat het soms snel, soms te snel. Dan ben je niets meer met al je intelligentie en theoretische kennis, al de dingen die je weet dat logisch zijn, dan rest er alleen een tijdelijke black out van kennis en kunde.





Loslaten

9 09 2008

Om deze post te beginnen, het is altijd moeilijk om te praten over autisme, omdat wanneer je praat over autisme, praat je over 40 miljoen mensen. Daarom is praten over autisme altijd een beetje generalizerend en generalisaties zijn altijd een beetje juist en ook vooral veel onjuist. Daarom praat ik liever over “mijn autistisch brein” dan het te hebben over “het autistische brein” of over autisme. Dan kunnen anderen zelf beslissen hoeveel ze zichzelf erin herkennen en hoeveel ook niet.

Het gaat dus over “loslaten”. Dat is iets wat ik hebben moeten leren. Het loslaten van ideeën, van gedachten en het loslaten van het eigen gelijk. Loslaten betekent niet altijd definitief loslaten, soms ook maar voor even, om de dingen eens van een andere kant te kunnen bekijken. Ik heb het geloof dat iedereen het daar wel moeilijk mee heeft, autist of niet, maar mijn autistisch brein heeft het daar heel lang moeilijk mee gehad.

Wanneer mensen het hebben over loslaten, dan hebben ze het vaak over het loslaten van mensen, van hun kinderen bevoorbeeld wanneer die op eigen benen komen te staan. Daar heeft deze autist dan weer geen probleem mee omdat hij nog nooit iemand “vast” heeft gehad, dan is er ook geen nood om mensen los te laten.

Buiten ideeën, gedachten en overtuigingen is het loslaten van gewoonten ook een opdracht die niet zo eenvoudig is. Het loslaten van onhebbelijkheden bevoorbeeld. Of het loslaten van slechte eetgewoonten. Het loslaten om over alles een mening te hebben, even geen mening hebben kan zo bevrijdend werken af en toe.

Het is niet zo eenvoudig om een openminded persoon te zijn, al beweren de meeste mensen wel dat ze dat zijn. Ik ben dat niet altijd, of niet genoeg, maar ik werk er wel aan, met vallen en opstaan. Het is onzinnig om alles wat je doet en gelooft op de figuurlijke helling te zetten, maar af en toe afstand proberen te nemen en met gezonde zelfkritiek naar jezelf te kijken vind ik een nuttige bezigheid.