September

30 08 2008

September komt er weer aan. Als kind was ik dan vol stress voor de eerste schooldag die eraan zat te komen. Je wist nooit op voorhand bij welke leraar of lerares je terecht ging komen en wie je klasgenoten zouden zijn. Na enkele dagen viel dan alles in zijn plooi en kon het (nieuwe) schooljaar zijn gangetje gaan.

Nu ben ik blij dat het September wordt. Dan komt de wereld terug in zijn normale plooi. Op televisie begint de “normale” programmatie terug, sommige diensten die in de zomer niet op volle capaciteit werken gaan ook weer in hun normaal patroon.

Het is eigenlijk dat onbepaald gevoel dat de dingen weer worden zoals ze altijd zijn. Vaak hoor je mensen met de kerstdagen ook wel eens zeggen : ik zal blij zijn als de feestdagen voorbij zijn.

Vaak heeft een mens niet meer nodig dan in zijn vertrouwde habitat te vertoeven om gelukkig te zijn. Dan voelt hij zich rustig en tevreden. Bij die vertrouwde habitat horen ook de vertrouwde gewoontes en handelingen. Dus vanaf Maandag kijk ik weer naar “Man bijt hond”, “Terzake” en “De Laatste Show”, als ik het niet te druk heb op mijn computer. Maar de wetenschap dat het er is, is al een geruststelling op zich, daarom hoef ik nog niet altijd te kijken.

Dus Maandag ben ik op de figuurlijke afspraak, de afspraak met het gewone leven.





Uitputtingsslag

26 08 2008

Zo nu en dan overkomt het me weer. Het zou eigenlijk voor niets nodig hoeven te zijn, maar toch is het blijkbaar moeilijk om te vermijden.

Ik heb het woord voor het eerst in het Engels gehoord : Perseverations, een woord dat ook in het Nederlandse woordenboek staat, dat ik er even bij neem.

Perseveratie 1. Volharding, 2. Het blijven herhalen van bewegingen of woorden bij geestesstoornissen 3.Het niet los kunnen komen van iets dat de geest bezighoudt.

In nummer 2 kan ik mezelf minder vinden, maar nummer 1 en vooral nummer 3 zegt het helemaal zoals het is. Het bezig zijn met een activiteit, die ook altijd een speciale interesse is en waar ik niet meer los van blijken te kunnen komen.

Al de rest wordt dan verwaarloosd, ook de basis dingen, zoals op tijd eten of slapen. Ook het slapen zelf gaat dan slecht, nachten zijn dan erg kort. Ik blijf dan maar aan de gang en het enige wat mij uiteindelijk tegen gaat houden is de uitputting.

Wat ik er vaak spijtig aan vind is dat het me tot niets leid. Ik heb geen speciale interesses waar ik verder mee zou komen in het leven, ook geen dingen waar andere mensen wat aan zou kunnen hebben. Die dingen zijn op het moment wel waardevol voor mezelf, maar achteraf blijken het altijd wegwerpproducten te zijn die ik in al mijn enthousiasme heb geproduceerd. Het brengt me dus echt tot niets, anders dan de totale uitputting.

Dus er is weer zo’n moment daar, ik heb nu beslist om er een rem op te zetten, rust te nemen. Ik heb mezelf dat al wel geleerd, maar natuurlijk altijd veel te laat. Dit schrijven is mijn afsluitingspunt, vanaf hier moet ik het een paar dagen rustig nemen, misschien weer wat aandacht hebben voor andere zaken ook, die ik verwaarloosd heb.





Communicatie

25 08 2008

Als je veel alleen bent is communicatie niet evident. Niet alleen omdat je niet veel contact hebt met mensen, ook omdat je er niet getraind in bent. Om goed te communiceren is volgens mij veel praktijkervaring nodig, iets wat ik mis.

Als ik over dingen nadenk ben ik vaak geneigd om het eens op te zoeken, op Wikipedia bevoorbeeld. Daar las ik dat communicatie een proces van zender naar ontvanger is. Alles goed tot daar. Maar er moet ook wederkerigheid zijn, waar, zoals de bal bij het tennis, de communicatie over en weer gaat. Ik denk dat dat stuk erg moeilijk blijft voor autisten. Daar is ongetwijfeld een soort natuurlijk aanvoelen voor nodig die wij missen.

Ik kwam dus het woordje “dialoog” tegen, een gesprek tussen twee personen of meer personen, dat is dus waar communicatie om draait. Echter mijn communicatie heeft toch meestal meer weg van een monoloog, alleenspraak; een betoog van één persoon die aan het woord is (en blijft).

Het is niet altijd zo, ik communiceer soms wel echt, alleen met mondjesmaat en ook altijd met een vaag gevoel dat ik het niet echt allemaal begrepen heb, of zou kunnen hebben.

Het is vaak ook op voorhand vastgelegd. Gesprekken met de psycholoog of andere hulpverleners zijn gesprekken die gedeeltelijk vastliggen, een topic waar we het over gaan hebben en als het gesprek een bocht neemt, zal ik vaak op automatische piloot gaan en een monoloog afsteken.

Ook een gewoon telefoongesprek zit zo in elkaar. Vandaag telefoneerde ik mijn vader om een paar dingen te melden. Dan heb ik al een denkbeeldig lijstje in mijn hoofd van wat ik allemaal “moet” zeggen. Ik zeg dat dan allemaal ook en wanneer het, zoals vandaag, 5 verschillende dingen zijn, spring ik figuurlijk van de hak op de tak, zodat een natuurlijk gesprek niet echt mogelijk lijkt. Het telefoongesprek duurde 14 minuten en 55 seconden, wat echt héél lang is voor mij. Echter als je rekening houdt dat ik vijf thema’s heb aangesneden en mijn vader ook nog wat te zeggen had, dan kan je niet zeggen dat het allemaal veel diepgang heeft.

Daarom schrijf ik nog maar eens een blogpost, waar ik wel wat verder kan gaan en waar de monoloog heerst, toch de gemakkelijkste vorm van communicatie, al kun je terecht afvragen of dat wel echt communiceren is. Maar bij gebrek aan beter is het toch een mooi alternatief.





Neutraal Sociaal

25 08 2008

Om nog even verder te gaan over de vorige post die ik schreef, wil ik het nog even verder hebben over dat “alleen” zijn.

Soms werd er door bepaalde mensen de vraag geopperd of ik asociaal ben of niet. Niet dat het verder zo belangrijk is, maar ik denk dat het antwoord nee is.

Van wat ik ervan begrijp, is asociaal zijn, in de samenleving aanwezig zijn, maar op een negatieve manier. Vaak voor overlast zorgend, geen rekening houden met anderen.

Dat is iets wat ik niet doe, ik ben niet asociaal, maar ook niet sociaal. Misschien ben ik gewoon on-sociaal. Dat wil zeggen dat ik “afwezig” ben als het op groepsgebeuren aankomt. Het is niet positief of negatief, eerder gewoon neutraal. Wat betreft sociaal zijn, is dat bij mij voor het grootste deel afwezig.

Het enige wat er verder nog over te vertellen valt is dat veel mensen “afwezigheid” en het niet deelnemen ook als iets negatiefs beschouwen en het dus ook als een vorm van asocialiteit bekijken. Maar ik zie dat niet zo.





Zomergasten

25 08 2008

Deze avond was er de voorlaatste aflevering van Zomergasten op de Nederlandse televisie. Dat is een programma waar ik al eens graag naar kijk. Een persoon kiest zijn favoriete televisie fragmenten en laat die zien, tussendoor wordt er ook veel gepraat, samen met de gastheer van het programma.

Deze avond was er een socioloog aan het woord, dus dubbel interessant voor mij omdat “mensen” toch een van mijn favoriete studie objecten zijn. Echter het werd een wat bevreemdende avond. De socioloog vertelde dat hij niet veel van “mensen en psychologie en emoties” afwist. Dat vond ik erg vreemd, omdat ik vind dat mensen en hun emoties niet kunnen gescheiden worden van het maatschappijbeeld dat ik heb.

Waar ik me dan weer wel erg in kon terugvinden was dat deze socioloog de dingen die de meeste mensen voor logisch aannemen, daar dan vragen bij gaat stellen. Hij gaat zich als het ware “terugtrekken” en zichzelf buiten de “groep” plaatsen om alles wat algemeen aanvaard is in vraag te stellen, iets wat ik ook af en toe placht te doen.

Het eigenlijke thema van de avond was “uitsluiting”. Met voorbeelden werd er getoond hoe mensen uitgesloten worden, een kind in de klas, groepen in onze samenleving. Ik [denk dat ik] begrijp al lang hoe dat allemaal ongeveer in elkaar zit, waarom mensen dat doen. Geen nood om daar verder over uit te weiden, misschien kom ik daar later nog op terug, of ook niet.

Maar waar het interessant werd was dat de socioloog ervan overtuigd was dat het menselijk gedrag, en dan vooral het negatieve (pesten, geweld,…), de oorzaak heeft in de maatschappij. Het hangt er dus vanaf hoe we zijn opgevoed, wat onze ervaringen zijn en wanneer de interviewer vroeg naar het deel dat “biologisch” is, zei de man dat dat daar los van staat.

Daar heb ik het toch moeilijk mee. Natuurlijk geloof ik dat menselijk gedrag beiden beïnvloed worden door omgevingsfactoren en wat we biologisch meegekregen hebben, maar ik ben er altijd van overtuigd geweest dat de “biologische factor” een grotere rol speelt dan de “ervaringen en omgeving”.

Het is natuurlijk maar iets dat ik zelf geloof, maar het is altijd comfortabel geweest, omdat op die manier ik nooit kwaad hoefde te zijn op iemand, want tenslotte is de mens voor een groot deel niet verantwoordelijk voor wat hij doet.

Vanavond dus, dacht ik er over na wat het zou betekenen dat mensen wel volle verantwoordelijkheid dragen voor hun daden, al wordt die verantwoordelijkheid meestal (of steeds) gedeeld met de rest van de maatschappij. Dat creëerde een erg onaangenaam gevoel. Als atheist heb ik maar een paar dingen onthouden die er in de bijbel staan. Een ervan was dat Jezus zei : “Laat hen maar, want ze weten niet wat ze doen”. (of zoiets). Daar heb ik altijd in geloofd.

Maar goed, het is stof tot nadenken, maar mijn eigen idee over deze dingen hebben wel gemaakt dat ik daaruit mijn eigen conclusies heb getrokken. Het feit dat mensen er voor een groot deel niet kunnen aan doen wat ze allemaal doen, maakt dat ik dus zelden kwaad op mensen word en al helemaal niet blijf. Langs de andere kant – dat is mijn logica – om mezelf te beschermen, heb ik zo min mogelijk contact met mensen.

Ik heb het wel een tijdje geprobeerd, nog niet eens uit noodzaak, maar eerder toch omdat het “zo hoort”. Maar in gelijk welke groep je terecht komt, er gebeuren toch altijd situaties, mensen die ruzie maken, pestgedrag, enzovoort. Ik blijf daar liever ver van weg.

Ik heb wel al vaker de vraag of opmerking gehad dat zoveel alleen zijn niet goed is, maar daar heb ik een antwoord op, het is biologisch (!) :-)

Namelijk mijn vader is een evengrote eenzaat als ik en is daar blijkbaar ook erg gelukkig mee. En nee, ik heb dat niet overgeërfd omdat ik dat zo gezien heb (en dus een omgevingservaring zou zijn), het is echt wel biologisch meegegeven. Ik heb er dus geen moeite mee om veel alleen te zijn en vind dat zelfs aangenaam. Ik moet me ook niet uitgesloten voelen, want de enige die mij uitsluit ben ikzelf en ik moet dus andere mensen niks verwijten, omdat zij, wanneer ze negatief gedrag vertonen, zij het eigenlijk niet kunnen helpen, daar kan ik ook geen frustraties opdoen. Alleen de gedachte dat mensen het wel zouden kunnen vermijden, al hun negatief gedrag, is een erg sombere gedachte die ik met graagte na vandaag meteen weer opberg.