Toen ik – nu bijna 6 jaar geleden – een autisme spectrum diagnose kreeg, was ik opgelucht om dat nieuws te vernemen. Mijn hele leven had ik grote moeite gehad om te begrijpen wie ik zelf was en nog steeds ben. Ik zag te weinig referentiepunten tussen mezelf en andere mensen, met als gevolg dat ik geen normale identiteitsvorming heb gekend. Op het moment dat ik de diagnose kreeg dacht ik dat de diagnose een soort eindpunt, naar de zoektocht wie ik ben, zou zijn.
Het is meer dan 10 jaar geleden wanneer ik voor het eerst over het Syndroom van Asperger hoorde, toen mijn psycholoog erover begon. Daarna las ik er over en ik was verbaasd hoe het plaatje op het eerste zicht aan mezelf deed denken. Ook een beetje verbouwereerd, verbaasd hoeveel de teksten, en dus de schrijvers van die teksten over het Syndroom van Asperger, over mij wisten.
Vanaf dat moment wilde ik dat toch eens allemaal uitzoeken, kijken of het plaatje echt zou passen. Ik bleef naar mijn psycholoog gaan, maar ik begon ook te communiceren met andere autisten, toen nog alleen in het Engels. Ik kwam in een groep terecht waar buiten alle andere gesprekken, ook aan vergelijking werd gedaan. Dan vertelde iemand iets over zichzelf, met de vraag of anderen gelijkaardige ervaringen hadden gehad en het antwoord op zulke vragen was vaak positief. Referentiepunten naar andere mensen hadden velen onder ons nooit gehad, maar nu we samen een groep vormden, leek het wel of we op alle vlakken hetzelfde waren. Dat was natuurlijk niet zo, maar als je nooit de dingen die je eigen zijn, kan herkennen in anderen, wanneer het dan plots wel gebeurd, lijkt het wel of je “thuis” komt omdat mensen je begrijpen.
Je zou het metaforisch zo kunnen stellen : Je weet niet wat je bent en daar is dan opeens autisme, een cirkel met eigenschappen en gebreken die jou net passen. Je gaat dan in die cirkel staan om te kijken of hij je daadwerkelijk ook past en wanneer dat het geval blijkt te zijn, wil je nog wat meer zekerheid en de diagnose is de uiteindelijke lakmoesproef.
Het is goed geweest – en vooral ook nodig – maar de diagnose was toch geen eindpunt. Na een hele lange tijd begon ik ook te zien waar ik verschillend ben als de doorsnee autist, of beter, het stereotiepe beeld van de autist, want de doorsnee autist bestaat natuurlijk niet. Ook al pas je heel erg in die metaforische autisme cirkel, niemand past er perfect in. Iedereen is anders en dat geldt ook voor mij en na jaren van mezelf te concentreren op de dingen die mij autistisch maken, is het misschien nu wel tijd om dat wat los te laten en eens wat meer aandacht te schenken aan andere dingen, want ik ben natuurlijk meer dan alleen maar een autist.
Het heeft wel wat geduurd voor ik die stap kon zetten, onbewust had ik dat al min of meer gedaan, ik had er voordien ook al over geschreven, maar niet goed wetend wat het nu juist allemaal betekende. Er is ook een beetje weerstand, want als je je hele leven niets hebt om op terug te vallen, niet begrijpt waarom je bent zoals je bent en de dingen doet die je doet, is het toch niet zo vanzelfsprekend om net datgene waar je een beetje houvast aan hebt, de wetenschap dat je autistisch bent, om dat weer wat los te laten, terug buiten die metaforische cirkel te stappen om te gaan ontdekken wat je nog meer bent dan alleen maar autistisch.
Het is niet zo dat ik me opeens zou willen onderscheiden, het is alleen dat wat mijn zoektocht naar mijn autistische zelf betreft, ik ongeveer klaar ben. Dat betekent niet dat het nu oninteressant voor me zou zijn of dat ik daar nooit meer over zou willen praten, natuurlijk wel. Alleen moet ik het accent wat verschuiven en ook de dingen die niet stereotiep zijn, ook aan bod laten komen. Het zal wel een tijdje duren vooraleer ik dat onder de knie heb, maar dat gaat vast wel lukken.