Nieuw Luister Record

30 06 2008

Ik vind vaak dingen leuk waar de meeste mensen geen bal aan vinden. Eén van die dingen waar ik zo goed als mijn hele leven mee bezig ben is cijfers en allerhande lijstjes. Het kunnen lijstjes zijn over allerhande dingen.

Wat ik ook al heel mijn leven doe, is repetitief naar muziek luisteren, dat wil zeggen, herhalend naar één enkel liedje luisteren, soms dagen aan een stuk, slaap periodes en andere activiteiten niet meegerekend.

Sinds ik Last.FM heb ondekt, en daar ook een account heb aangemaakt, waarna ik een scrob-programmaatje op mijn PC heb gezet (een scrob-programma registreert wat je luistert op je PC en stuurt de gegevens door naar de website van de scrobber, in dit geval Last.FM) , wordt alles waar ik naar luister zorgvuldig bijgehouden en opgeteld.

Ik zal nooit naar muziek luisteren om mijn score op te drijven, de cijfers moeten tenslotte eerlijke cijfers zijn, maar zo nu en dan heb ik een week waar ik wel erg veel naar eenzelfde nummer luister.

De voorbije week heb ik een persoonlijk nieuw luister record geboekt, lied in kwestie was Kylie Minogue’s “Wow” (inderdaad) dat ik 653 keer wist te aanhoren. Het vorige record dateert al van Oktober vorig jaar, toen ik 527 keer op een week tijd naar Interpol’s “Slow Hands” had geluisterd.

Zo gaat dat als je door iets als cijfers gefascineerd bent, dan is het een plezier om daarmee bezig te zijn, verder heeft het natuurlijk geen belang.





Reclame !

28 06 2008

Soms moet je gewoon dingen rustig ondergaan en je er vooral niet druk in maken. Ik heb dat bevoorbeeld met reclame, je wordt er soms figuurlijk met de oren rondgeslagen, maar je kan het niet altijd ontlopen en dan moet je maar de dingen aanvaarden zoals ze zijn.

Elke week zit er een pak reclame drukwerk in mijn brievenbus. Ik haal die er dan uit en in mijn woonkamer kijk ik tussen die berg papier of er soms “echte post” verborgen tussen zit. Daarna gaat het papier ongelezen in de kast in de inkom hall en als het stapeltje een stapel is geworden, breng ik dat naar de papier container die in de kelder staat. Ik zou zo’n sticker in het gemeentehuis kunnen halen om op de brievenbus te plakken, dat zegt dat ik geen reclame in mijn brievenbus wil, maar de inkomhal waar ik woon heeft welgeteld 99 brievenbussen en ik denk dat er van naleving van mijn wens om geen drukwerk te krijgen toch niet veel in huis zou komen. Dus nemen we de dingen, in dit geval het papier, maar zoals het komt.

Wat betreft de reclame op radio en televisie, dat kan ik voor het merendeel goed vermijden. Ik luister zelden naar de radio en als ik televisie kijk, is het voornamelijk naar één, Canvas of BBC, waar weinig reclame te zien is. Alleen de VRT doet aan wat sponsering, maar dat zijn geen reclame blokken, enkel korte vermeldingen. Als het dan toch al eens voorkomt dat ik een programma bekijk op een commerciële zender, dan kan het reclame blok dienen als plas pauze of tijd om iets uit de keuken te gaan halen.

Dan is er nog het internet. Op webpagina’s ben ik de reclame banners intussen gewoon. Je kijkt er gewoon naast. Wat betreft reclame in mijn mailbox, daar heb ik ook een oplossing voor gevonden. Ik heb 4 mailboxen die ik uitsluitend gebruik voor mensen die ik ken. Daarnaast heb ik nog 1 email adres voor wanneer ik mij ergens moet inschrijven op het net, maar alle eventuele reclame die ik in die mailbox krijg wordt gewist zonder te lezen.

Wat misschien de vervelendste vorm van reclame is, is dat ze je – bij voorkeur ’s avonds – opbellen. Dan krijg ik iemand aan de lijn, meestal met de woorden : Hallo, wij zijn van firma X, U heb vast al van ons gehoord, mag ik U wat vragen stellen ?… De eerste keren dat je dat voor hebt, weet je niet goed wat doen, je wil niet onbeleefd overkomen, maar dan beginnen ze hun verhaal te doen en heb je moeite om het gesprek te beëindigen. Daarom, het is misschien spijtig voor die mensen aan de telefoon, want die proberen ook maar hun werk te doen, maar wat mij betreft, onbeleefd zijn kan best wanneer onbeleefd is om te zeggen, geen interesse mevrouw en meteen weer de telefoon in te hangen. Het is ook beter voor hen, zo verspelen ze geen tijd en energie aan iemand die toch niet geinteresseerd is om iets te kopen en ik kan snel weer verder met waar ik bezig mee was.

Ik vraag me vaak af, brengt dat allemaal op. Er wordt wel beweerd dat in het onderbewustzijn van de mens altijd een stukje van de boodschap blijft hangen, en dat is misschien wel zo, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat dat dan positief uitvalt voor de adverteerder. Al jaren worden we bevoorbeeld om de oren geslagen met recame slogans als : Dash wast witter dan wit. Als dat al mogelijk moest zijn, who cares ? Ik ben een man die bij voorkeur blauwe jeansbroeken, blauwe truien en grijze kousen draagt. Ik heb helemaal niks om witter dan wit te wassen… HA ! Ik koop een wasprodukt van een huismerk, de helft goedkoper dan degene die witter dan wit wassen en meer dan goed genoeg om mijn blauwe kleren te wassen. Ze mogen nog zoveel reclame maken als ze willen, ik doe toch gewoon mijn zin.

De enige reclame die mij af en toe eens kunnen boeien, zijn de reclame filmpjes op Youtube, geselecteerd door de Youtube uploader omdat er af en toe wel grappige tussen zitten, meestal buitenlandse reclame over produkten die je soms hier in Belgiëland niet eens kan kopen.





Een Nieuw Hoofdstuk

28 06 2008

Toen ik – nu bijna 6 jaar geleden – een autisme spectrum diagnose kreeg, was ik opgelucht om dat nieuws te vernemen. Mijn hele leven had ik grote moeite gehad om te begrijpen wie ik zelf was en nog steeds ben. Ik zag te weinig referentiepunten tussen mezelf en andere mensen, met als gevolg dat ik geen normale identiteitsvorming heb gekend. Op het moment dat ik de diagnose kreeg dacht ik dat de diagnose een soort eindpunt, naar de zoektocht wie ik ben, zou zijn.

Het is meer dan 10 jaar geleden wanneer ik voor het eerst over het Syndroom van Asperger hoorde, toen mijn psycholoog erover begon. Daarna las ik er over en ik was verbaasd hoe het plaatje op het eerste zicht aan mezelf deed denken. Ook een beetje verbouwereerd, verbaasd hoeveel de teksten, en dus de schrijvers van die teksten over het Syndroom van Asperger, over mij wisten.

Vanaf dat moment wilde ik dat toch eens allemaal uitzoeken, kijken of het plaatje echt zou passen. Ik bleef naar mijn psycholoog gaan, maar ik begon ook te communiceren met andere autisten, toen nog alleen in het Engels. Ik kwam in een groep terecht waar buiten alle andere gesprekken, ook aan vergelijking werd gedaan. Dan vertelde iemand iets over zichzelf, met de vraag of anderen gelijkaardige ervaringen hadden gehad en het antwoord op zulke vragen was vaak positief. Referentiepunten naar andere mensen hadden velen onder ons nooit gehad, maar nu we samen een groep vormden, leek het wel of we op alle vlakken hetzelfde waren. Dat was natuurlijk niet zo, maar als je nooit de dingen die je eigen zijn, kan herkennen in anderen, wanneer het dan plots wel gebeurd, lijkt het wel of je “thuis” komt omdat mensen je begrijpen.

Je zou het metaforisch zo kunnen stellen : Je weet niet wat je bent en daar is dan opeens autisme, een cirkel met eigenschappen en gebreken die jou net passen. Je gaat dan in die cirkel staan om te kijken of hij je daadwerkelijk ook past en wanneer dat het geval blijkt te zijn, wil je nog wat meer zekerheid en de diagnose is de uiteindelijke lakmoesproef.

Het is goed geweest – en vooral ook nodig – maar de diagnose was toch geen eindpunt. Na een hele lange tijd begon ik ook te zien waar ik verschillend ben als de doorsnee autist, of beter, het stereotiepe beeld van de autist, want de doorsnee autist bestaat natuurlijk niet. Ook al pas je heel erg in die metaforische autisme cirkel, niemand past er perfect in. Iedereen is anders en dat geldt ook voor mij en na jaren van mezelf te concentreren op de dingen die mij autistisch maken, is het misschien nu wel tijd om dat wat los te laten en eens wat meer aandacht te schenken aan andere dingen, want ik ben natuurlijk meer dan alleen maar een autist.

Het heeft wel wat geduurd voor ik die stap kon zetten, onbewust had ik dat al min of meer gedaan, ik had er voordien ook al over geschreven, maar niet goed wetend wat het nu juist allemaal betekende. Er is ook een beetje weerstand, want als je je hele leven niets hebt om op terug te vallen, niet begrijpt waarom je bent zoals je bent en de dingen doet die je doet, is het toch niet zo vanzelfsprekend om net datgene waar je een beetje houvast aan hebt, de wetenschap dat je autistisch bent, om dat weer wat los te laten, terug buiten die metaforische cirkel te stappen om te gaan ontdekken wat je nog meer bent dan alleen maar autistisch.

Het is niet zo dat ik me opeens zou willen onderscheiden, het is alleen dat wat mijn zoektocht naar mijn autistische zelf betreft, ik ongeveer klaar ben. Dat betekent niet dat het nu oninteressant voor me zou zijn of dat ik daar nooit meer over zou willen praten, natuurlijk wel. Alleen moet ik het accent wat verschuiven en ook de dingen die niet stereotiep zijn, ook aan bod laten komen. Het zal wel een tijdje duren vooraleer ik dat onder de knie heb, maar dat gaat vast wel lukken.





Reincarnatie

26 06 2008

Ik heb op geen enig moment in mijn leven in een God geloofd, niet eens ooit eens getwijfeld. Dat is één van de vele paradoxen waar ik mee te maken heb. Zeker als kind, maar nu nog wel, ben ik erg lichtgelovig en wanneer mij iets verteld wordt, zal ik dat zonder veel twijfel aannemen voor waar. Maar wanneer het komt op existentiële dingen, dan vorm ik mijn eigen mening waar ik niet van afwijk. Het is niet zo dat ik er niet over nadenk, dat doe ik juist wel en ik heb daarom ook veel respect voor mensen die andere dingen geloven dan ikzelf.

Maar het is niet omdat ik niet geloof in dingen die ikzelf niet kan waarnemen of bevatten, dat die niet interssant zouden zijn. Ik fantaseer soms wel eens over dingen waar ik niet in geloof, de denkoefening op zich is op zich interessant omdat het ook een oefening in verbeelding is.

Zo heb ik af en toe de mijmering over reincarnatie en de vraag wat ik zoal in een vorig leven geweest zou kunnen zijn. Ik stel me dan voor dat mijn vorige levens niet op Aarde, maar op een andere planeet hebben afgespeeld en dat dit “mijn eerste keer” op Aarde is. Dat zou al een mooie verklaring zijn waarom ik me hier nog niet echt voor honderd procent thuis voel.

Dan stel ik me ook de vraag, vanwaar kom ik dan, wie of wat was ik dan in mijn vorig leven en waarom moest ik zo nodig “verhuizen” ? Misschien is mijn thuiswereld ten onder gegaan of was er gewoon op het moment van mijn wedergeboorte geen plaats. Misschien is het een vorm van uitwisselingsprogramma en dan stelt de vraag zich, zal ik in een volgend leven gewoon terug naar huis mogen of doe ik er nog een leven op Aarde bij of zal het wederom een andere planeet worden ?

En heeft het allemaal een bedoeling, als er een God bestaat, behoort dat dan tot een plan of is God gewoon een manager die kijkt wie waar terecht kan zonder verdere bijbedoelingen, gewoon daar is plaats, dus daar ga je naartoe. Of misschien hebben we tussen onze levens door bewustzijn en heb ik voor mijn hergeboorte wel zelf beslist om het eens een keertje op Aarde te proberen tussen die gekke mensen, misschien dacht ik dat ik wel toe was aan een beetje spanning en gekheid.

Er bestaat natuurlijk niet zoiets als reincarnatie, of althans, niet in mijn boek, maar dat neemt niet weg dat het soms leuk is om mijn verbeelding te gebruiken en erover te fantaseren. En deze leuke gedachte is natuurlijk niet nieuw, want trouwens alles is al eens een keer verteld en bedacht. Toen ik op een forum deze gedachte van buitenaardse reincarnatie uit de doeken deed, was er iemand die mij kon vertellen waar dat idee al gebruikt was, namelijk in de televisie serie Babylon 5. Ongetwijfeld zullen er ook boeken bestaan waar met dit onderwerp gespeeld wordt en misschien zijn er zelfs mensen die er echt in geloven.

Ik niet, ik hou het bij de verbeelding en eigenlijk is verbeelding veel interssanter dan de werkelijkheid omdat in de verbeelding alles kan.





Als eten een probleem is

26 06 2008

Ik was ongeveer 9 maanden oud wanneer ik voor de eerste keer opgenomen werd in het ziekenhuis. De reden was dat ik niet genoeg at en vaak in plaats van de pap in te slikken, het gewoon weer uit mijn mond liet lopen. Dokters hadden geen idee van wat er aan de hand kon zijn en stelden als remedie aan mijn ouders voor om mij af en toe te laten schrikken, zodat ik van het schrikken de pap wel zou doorslikken. Mijn vader vertelde mij jaren later dat hij op een dag mijn ziekenhuiskamer binnenkwam en dat verpleegsters een koord rond mijn enkels gebonden hadden en mij zo ondersteboven “op hadden gehangen”. Het is te veronderstellen dat ze niet echt wisten waar ze mee bezig waren. Gelukkig herinner ik me daar allemaal niks van.

Ik heb geen idee of deze vroege problemen in enig opzicht een verband hielden met alles wat later kwam, maar de toon was gezet. Reeds vanaf mijn vroegste herinneringen zijn er eetproblemen geweest. Het is voor mijn ouders en grootouders erg moeilijk geweest om mij genoeg te laten eten en vooral ook om mij verschillende dingen te laten eten. Ook op school was er een probleem, als ik ’s middags al 1 volledige boterham at, dan was dat al een succes.

Toen ik zelfstandig werd, begon ik wel wat meer te eten, maar erg eenzijdig. Eigenlijk heb ik bijna 15 jaar alle dagen hetzelfde gegeten, namelijk friet of andere fast food, zodat ik rond mijn 35ste jaar bijna 90 kg woog en ik kwam van 55 kg op mijn 20 jaar, wanneer ik met dat desastreus “dieet” begon.

Toen kwam de depressie en ik wilde helemaal niet meer eten. Omdat dat natuurlijk niet kan, at ik nog 2 keer per week, met als gevolg dat ik van 90 kg naar 63 kg afgevallen ben. Niet het gewichtsverlies was het grootste probleem, maar ik werd ziek en alhoewel de dokters niet zeker weten dat het niet meer eten de oorzaak van mijn ziekte is geweest, het is zeker een factor geweest die alvast mijn lichaam geen deugd heeft gedaan en alvast de botontkalking is een gevolg van de ondervoeding geweest.

De depressie is gelukkig verdwenen, echter het eten blijft een groot probleem. Het is dan ook een van de werkpunten die de assistente van begeleid wonen met mij wil aan werken. Het “friet dieet” heb ik helemaal achterwege kunnen laten, maar mijn eetpatroon blijft te eenzijdig – ik eet veelal rijst en spaghetti – en ik eet ook nog altijd veel te weinig.

De meeste mensen begrijpen het niet – ik heb al meer dan eens gehoord – als je moet eten, dan eet je toch gewoon, daar is toch niks moeilijks aan… ? Het is inderdaad moeilijk uit te leggen, maar in grote mate vind ik eten gewoon walgelijk. Ik kan het verder niet helpen. Verder is er natuurlijk ook nog het bijkomend schuldgevoel wanneer je weet – en soms ook te horen krijgt – dat in sommige delen van de wereld een voedseltekort is en ik die voedsel in overvloed kan hebben, “wil” het niet eten.

Of mijn eetprobleem ook gelinkt kan worden aan het tegenwoordig steeds vaker genoemde autistische eetprobleem, dat weet ik niet, al heb ik een sterk vermoeden van wel. Het was pas toen ik de documentaire gezien had “The Girl Who Never Ate” dat ik voor de eerste keer hoorde dat er een relatie zou kunnen bestaan tussen autisme en eetproblemen, al had ik toen zelf al vermoedens. In het laatste boek van Peter Vermeulen, dat hij schreef met Steven Degriek, haalde hij de mogelijke eetproblemen ook al aan en in het laatste nummer van het Autisme Centraal tijdschrift wordt er ook aandacht voor gevraagd.

Ik ben daar blij om, ook al zou maar een kleine minderheid van de autisten met een eetprobleem te kampen hebben, het is een ernstig probleem omdat het de gezondheid erg kan schaden. Ik heb zelf nog steeds geen idee hoe ik beter zou kunnen doen, al wat ik kan doen is mijn best en zoals het altijd geweest is, wanneer het moeilijk gaat, dat verschrikkelijke eten toch proberen binnen te wurmen. Ik weeg ondertussen weer 75 kg, normaal een ideaal gewicht, al is gewicht niet alles natuurlijk. Het gaat om de vitamines en andere stoffen en daar schort het nog altijd aan.