Identiteitsbeleving

23 03 2008

Persoonlijke identiteit, identiteitsgevoelen of identiteitsbeleving is ongetwijfeld een onderwerp waar nog steeds een taboe rond hangt, waar mensen niet zomaar vrij en vrank over praten.

Nog meer dan het autisme zelf, of enig ander onderwerp, is mijn eigen identiteitsbeleving altijd een zaak van veel verwarring geweest, waar ik bovendien bij niemand terecht kon. Maar toen ik de diagnose autisme had gekregen en op het internet contact maakte met een aanzienlijk aantal collega-autisten, kwam het onderwerp identiteit ook ter sprake en tot mijn verbazing hadden velen onder hen ook te kampen met een ongewone identiteitsbeleving dat zich uitte in vele verschillende vormen. Deze uitwisselingen vonden voornamelijk plaats in de achterkamertjes van het internet, ik bedoel daarmee, op gesloten fora en journals, MSN en per email. Austisten zijn dan over het algemeen vrij en vrank, maar voor dit topic is er toch heel wat schroom. Belangrijk is ook dat dit niet te veralgemenen is, er zullen best een heleboel autisten zijn waarvoor dit niet speelt.

Naar mijn weten is er nog maar weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar identiteitsbeleving en de meeste teksten en boeken over het onderwerp zijn er alleen op uit om mensen aan te praten dat ze nog een sterkere en stabielere persoonlijkheid moeten creëren, want niemand wil doorgaan voor een labiel persoon toch ? Daar schuilt al een grote reden voor het taboe, een atypische identiteit hebben betekent voor de meeste mensen een labiele persoon zijn en daar zijn toch heel wat nuances te maken.

Maar goed, de tak waar het meest wordt gesproken over identiteit is de filosofie en heb kortelings weer wat nagelezen. Eerst is er de identiteitsformatie die voornamelijk in de kindertijd plaats heeft. Deze periode wordt gezien als cruciaal voor het verdere leven. Het kind wordt zelfbewust en aan de hand van ervaringen, interesses, het hebben van rolmodellen, etc, vormt het zich zijn of haar identiteitsgevoel. Dit zelfbeeld gaat gepaard met een bijbehorende eigenwaarde. De identiteitsformatie gaat gepaard met heel wat sociale contexten, dan zou het misschien toch niet zo verwonderlijk moeten zijn dat veel autisten daar een ongewoon parcours afleggen.

Wat erg belangrijk gevonden wordt is dat er zich 1 identiteit vormt die stabiel is over tijd en die alleen maar rijker wordt met de tijd, zodat er een stabiele identiteitscontinuiteit plaatsvind. Echter wanneer dit allemaal anders verloopt, dan wordt erg gezegd dat het een labiel persoon is, wat ook zo kan zijn, maar het hoeft niet zo te zijn, en wanneer het wel zo is, hoeft het niet zo te blijven. Er is bevoorbeeld veel te doen over het meervoudig persoonlijkheids syndroom. De meeste mensen hebben daar een beeld van dat die mensen erg zieke labiele mensen zijn, die ook nog eens geweldadig zijn, maar dat hoeft zo niet te zijn. Mensen kunnen meer dan 1 ‘ik’ in zich hebben, die weliswaar fundamenteel van elkaar verschillen, maar zonder dat het negatief hoeft te zijn.

Een andere vereiste die leidt naar een typische identiteit is dat de verbondenheid tussen lichaam en geest klopt, dat het dus een”match” is. Ook hier hebben sommige mensen een probleem. Het aantal autisten dat ik ken van het internet die zeggen dat ze transseksueel zijn, kan ik niet op mijn twee handen tellen.

Ik heb verder ook geen antwoorden, alleen begrijp ik nu hoe ik in elkaar zit en waarom dat waarschijnlijk zo gekomen is. Ik kan er na bijna een heel leven van verwarring nu mee verder. Vandaag zal ik misschien, ondanks mijn sociale beperkingen, geïnteresseerd zijn in de verhalen van andere mensen maar volgende week zal ik dan misschien weer alleen geïnteresseerd zijn in cijfers en lijstjes, of ten verste mijn gedachten poneer zonder enige emotie dan vriendelijkheid als mijn android kant weer eens de bovenhand haalt. Ik heb er geen problemen meer mee, het maakt mijn leven juist zoveel interessanter. Het enige wat ik zou willen dat dit uit de taboesfeer komt, zodat anderen met een atypische identiteitsbeleving geen jaren in verwarring en frustratie moeten leven. Een atypische identiteit hebben betekent nog niet dat je gek bent.





Een Dagje in het Ziekenhuis

20 03 2008

Sinds jongs-af-aan heb ik problemen gekend met mijn gebit. Ten eerste waren mijn tanden vroeg vergeeld door het veelvuldig innemen van antibiotica in mijn kindertijd. Maar het grootste probleem is altijd geweest dat ze altijd al erg overgevoelig waren. Ik at als kind nooit ijsjes omdat de koude aan mijn tanden pijn deed.

Maar ik probeerde ze wel te verzorgen door ze dagelijks te poetsen, maar ook daar had ik problemen en ik was al een heleboel tanden kwijt op jonge leeftijd. Echter de snijtanden had ik nog allemaal, dus wat betreft estethiek hoefde ik niet iets laten doen.

Maar enkele jaren geleden ben ik dan erg depressief geworden, waar ik niet alleen psychologisch onder te lijden had, maar ook fysiek. De depressie is nu allang over, maar de gevolgen op fysiek vlak laten zich nog steeds voelen. Buiten de gevolgen van de ziekte die ik er aan overgehouden heb, was mijn gebit ook in zeer slechte staat geraakt.

Daarom had ik in overleg met de sociaal assistente van begeleid wonen een eerder drastische beslissing genomen. Het plan was om héél mijn gebit – onder narcose – te laten verwijderen. Ik vond dat de beste optie omdat ik dan voorgoed van die overgevoelige tanden af zou zijn.

Maandag laatstleden was het dan zover. In het ziekenhuis is het volledige gebit verwijderd. Ik was op voorhand niet zenuwachtig, ik zou wel zien achteraf wat en hoeveel pijn er nog zou volgen. Ik werd om 12 uur in slaap gedaan en om 3 uur werd ik weer wakker. Tot mijn verbazing voelde ik geen pijn en wanneer de narcose uitgewerkt was voelde ik nog steeds geen pijn. Er stak een naald in mijn arm klaar om een pijnstillend middel toe te dienen, maar het bleek niet nodig. Bloeden heb ik achteraf ook amper gedaan.

Nu is alles herstellend en het doet niet echt pijn, alleen is het een beetje oncomfortabel. De eerste 6 weken worden het papjes en soepjes en daarna ga ik bij de reguliere tandarts voor een kunstgebit. Het zal een hele verandering zijn en ik ben blij dat ik het laten doen heb. Misschien kan ik dan alsnog af en toe een ijsje eten op mijn oude dag :-)





What is fake in our lives ?

15 03 2008

Vandaag las ik een schrijven van iemand met de titel “What is fake in our lives ?” Het ging over hoe mensen zich gedragen, hun sociale contacten, hoe ze communiceren, enzovoorts. Ik vind het een interessante vraag waar geen duidelijk antwoord op is te verzinnen.

Zaak is, het is belangrijk hoe dat je overkomt op andere mensen, samen met het uiterlijk lijken dat de twee belangrijkste zaken waar mensen je op taxeren. Het heeft mij veel tijd gekost om dat te begrijpen en nu dat ik dat min of meer doe, betekent nog niet dat er geen problemen meer zijn. Aan je uiterlijk kun je niet veel meer doen dan je te verzorgen, aan je gedrag zou je in principe wel veel kunnen doen, maar het is allemaal toch niet zo gemakkelijk wat het lijkt.

Ik ben altijd wel een asociaal persoon geweest, dat klinkt negatief maar is een feit. Verzachtende omstandigheid hierin is dat het niet zozeer met mijn karakter te maken heeft, maar eerder met mijn onhandigheid wanneer het komt op sociaal verkeer.

Toen ik jaren geleden mijn “autisme website” heb geschreven sprak ik over “self engineering”. Ik bedoelde daarmee dat ik mezelf dingen  heb aangeleerd, die anderen van nature hebben of het van jongs af aan snel hebben geleerd, die ik met veel moeite en met vallen en opstaan heb geleerd. Omgaan met mensen, communicatie en sociaal contact is daar de belangrijkte pijler in geweest, al heb ik wel mijn bedenkingen daarbij.

Een tijdje geleden praatte ik met iemand over sociaal contact, oprechtheid en faken. Deze eerlijke (niet autistische) persoon vertelde me dat veel mensen, om sociaal contact te onderhouden, wel eens faken dat ze met interesse naar iemand luisteren wanneer het hun eigenlijk niet interesseert. Sociaal contact bestaat zeker niet geheel, maar af en toe uit lucht.

Ikzelf heb mij ook proberen die dingen aan te leren, luisteren naar mensen, gewoon hallo zeggen, af en toe een woord van troost geven en zelfs al eens een compliment geven al heb ik daar toch door een onbekende reden veel moeite mee. Ik denk dat dat naar mijn gevoel teveel meligheid komt kijken waar ik van huiver omdat complimenten vaak te pas en te onpas worden gegeven. Echter in uitzonderlijke gevallen zijn ze terecht en worden ze ook welgemeend gegeven, geen fake aldaar.

Maar ik heb ook een tegengesteld probleem. De momenten dat ik echt in iemand’s verhaal geïnteresseerd ben, de momenten dat ik gewoon eens hallo wil zeggen, de momenten dat ik troost wil bieden omdat ik de persoon graag mag en hij of zij het nodig heeft, die momenten van welgemeende interesse zijn erg moeilijk en wel hierom. Vanbinnen kan ik dan erg sociaal zijn, maar ik kan het moeilijk vertalen naar de buitenkant. Ik vind het nog steeds moeilijk om de signalen te geven aan anderen die wel vanbinnen in mij zitten.

Zoals ik al zei – Ik heb geprobeerd het mezelf dan maar aan te leren – nadat ik me er bewust van werd dat dat een zwak punt is. Maar toch klopt het zelden. Ik heb eerder altijd het gevoel van een robot te zijn die probeerd menselijk gedrag te imiteren. Mensen merken dat dat niet “echt” is. Maar het is dus maar gedeeltelijk fake. Het stuk van het uiten, communiceren en signalen geven is fake, echter de emotie zelf, de intentie en het gevoel binnenin zijn wel echt. Alleen is het een probleem omdat de meeste mensen het niet kunnen merken, alleen mensen die je echt héél goed kennen hebben na een tijdje geleerd dat soms vreemd gedrag gewoon een uiting kan zijn dat je bekommerd, geïnteresseerd enzoverder bent.

Maar de signalen die ik uitgeef zijn van nature belemmerend. Gelaatsuitdrukkingen en lichaamshouding zijn vaak ongepast of op zijn minst niet corresponderend met mijn binnenkant. De taal zelf die ik gebruik laat ook te wensen over, als ik al taal gebruik tenminste, want in het echte leven blijf ik vaak stil. Maar wanneer ik wel in staat ben om de dingen te zeggen die ik wil zeggen, dan blijft mijn taal vaak te formeel – zonder evenwel te moeilijke woorden te gebruiken of technisch te worden. Daardoor komt het waarschijnlijk vaak “kouder” over dan ik bedoel. Daarnaast is er nog het probleem van de contextblindheid, de momenten waarop ik dingen helemaal verkeerd interpreteer.

Eigenlijk heb ik nog een gelukje, ik kan namelijk wel goed mijn gedachten verwoorden al schrijvend. Er zijn ook autisten die geleerd hebben om verbaal zich goed uit de slag te trekken. Echter ik vermoed dat zij zichzelf dat ook moeten leren hebben en dat het altijd op een of andere manier knutselen zal blijven. Ik vermoed ook dat het eerder uitzonderingen zijn. Zij kunnen wel opkomen voor eenieder van ons, wat sommigen ook doen. Helaas zal er ook een groot deel autisten zijn die zowel verbaal al schrijvend niet echt in staat zijn om zich adequaat te uiten. Van hen gaan we waarschijnlijk nooit veel te horen krijgen en dat is eigenlijk wel spijtig.





Onmacht

9 03 2008

 Voor Tosca, Madeline, Camila en Camila’s moeder en voor al degenen die verweesd achterblijven.