Egocentrisme

2 05 2008

Er wordt gezegd dat autistische mensen egocentrisch zijn, iets waar mijn moeder soms over klaagde. Ik wil niet zeggen dat alle autisten noodzakelijk egocentrisch zijn, noch wil ik ontkennen dat ikzelf het niet zou zijn, want er schuilt waarheid in. Maar er is een verschil in mijn ogen in egocentrisch zijn en anderzijds egocentrisch overkomen en ik ben ervan overtuigd dat ik meer egocentrisch overkom dan ik echt ben.

Sommige autisten komen naar mijn gevoel/ervaring helemaal niet egocentrisch over, slechts enkele die ik heb ontmoet kwamen naar mijn gevoel wel zeer egocentrisch over in hun communicatie - en ik neem hun niets kwalijk, maar ik moet toegeven dat wanneer ik zo iemand ontmoet, dan vind ik het ongemakkelijk en een beetje irriterend, omdat ik het zo goed herken ook.

Het probleem is de manier van communiceren, als ik andere mensen observeer tijdens hun communicatie, de meeste van hen communiceren veel, maar er is iets met de manier waarop ze communiceren. Zij zijn in staat om te communiceren op een neutrale manier, alsof ze bijna nooit praten over zichzelf en ze geven een indruk dat ze het hebben over andere dingen en op die manier lijkt het alsof ze niet de aandacht naar zich toe trekken, hoewel ze dat eigenlijk wel doen, want zij zijn wel degelijk aan het woord en iedereen is aan het luisteren. En als ze dan toch praten over zichzelf, hebben ze soms een manier om dingen te integreren in hun verhaal dat schijnbaar niet over zichzelf gaat, en geven daarmee een indruk dat ze niet alleen praten over zichzelf.

Het is zeer moeilijk om zo te communiceren voor mij, want als je je gedachten hardop zegt, moet je werken met wat er in je hersenen zit en wanneer ik praat en probeer dingen uit te leggen, vaak met een aanhaling van een voorbeeld of vergelijking, dan zijn de enige voorbeelden die ik heb, deze afkomstig uit mijn eigen ervaringen. Ik geloof niet dat ik echt in staat ben om veel voorbeelden aan te halen van dingen die niet uit mezelf voortkomen, dingen gehoord van anderen of mogelijk ergens gelezen of gezien. Het komt alleen uit mijn binnenkant, mijn eigen gedachten en ervaringen. Wanneer iemand iets vertelt over zichzelf, over hun kinderen, hun werk of iets anders en je kunt alleen maar een reactie formuleren zoals: “Ik had een soortgelijke ervaring en bla bla bla …”, dan geeft dat een zeer egocentrische indruk, iemand vertelt iets en je komt dan met een antwoord dat gaat over jezelf. Het is nooit mijn bedoeling om dat te doen, maar ik heb weinig anders om mee te werken.

Na het herlezen van sommige van mijn oude posts, is het me ook opgevallen dat ik soms de woorden jij en ik verwar, ik probeer te praten in het algemeen, neutraal, niet over mij, alleen maak ik er dan een verwarrend potje van.

Ik ben egocentrisch, maar ik probeer om andere mensen er niet teveel mee te storen, ik heb mij zelfs in het verleden al verontschuldigd voor mijn egocentrisch gedrag af en toe, maar het vermijden is niet mogelijk. Om dit te doen zou het nodig zijn om totaal te stoppen met communiceren, omdat ik op geen andere manier in staat ben om te communiceren, er is dus alleen een egocentrische manier van communiceren mogelijk. Ik heb geen idee hoe ik zou kunnen communiceren met minder “mij en ik” in die communicatie, zoals de meeste mensen, die ondanks ze veel meer communiceren als ik, daar wel in lijken te lukken.

Ik vind het verder niet zo erg, het is een persoonlijke ergernis, een van de weinige dingen die ik zou veranderen als ik kon, maar dat is niet mogelijk. Dus, ik probeer mezelf een beetje in te houden, niet proberen om mijn mening er door te drukken. Zoals in mijn vorige post over de kritiek, vertelde ik dat het een goede zaak is dat ik om die reden weinig sociale contacten heb, deze communicatie-fout (het egocentrisme in mijn communicatie) is ook een goede om sociale contacten te beperken en er zijn meerdere redenen, misschien een nog belangrijkere reden is dat ik het ok vind, ik aanvaard de dingen zoals ze zijn en ik ben relatief gelukkig met een solitair leven in stilte en rust.




Onrust

24 04 2008

Soms is het daar plots weer, onrust. Soms heb je er een idee van hoe dat komt, maar vaak ook niet. Dan lijkt het dat al je zintuigen op scherp staan, elk geluid wat anders normaal is, wordt storend. Het lijkt of je zintuigen in overdrive zijn, alles is teveel. Functioneren gaat niet meer goed, geen concentratie meer, steeds afgeleid door het minste. Het is als een storm, blikseminslagen, het houdt niet op. Angst ook, angst voor je omgeving. Er valt niet veel tegen te beginnen, alleen maar hopen dat de storm snel overwaait.




Fantasie en dromen

1 04 2008

Het is sinds ik de begrippen van autisme heb leren kennen nooit erg moeilijk geweest om twee van de drie begrippen uit de triade te begrijpen. Het sociale, waar ik enorm veel moeite mee ondervind en de communicatie, waar ik vooral al schrijvend mijn figuurlijke weg heb gevonden. Echter het begrip fantasie blijft erg moeilijk te begrijpen, wat het is en waarin er grote verschillen zouden zijn tussen de gemiddelde autist en niet-autist.

Zoals ik het min of meer begrepen heb, hangt fantasie samen met inbeelding, inleving(svermogen) enzovoort. Maar ik kan fantasie alleen toch maar begrijpen in de strikte zin, namelijk creatief denken. Ben ik daar goed of slecht in ? Ik moet toch denken het laatste, of op zijn minst heb ik een atypische fantasie, een fantasie die ik voornamelijke haal uit bestaande dingen en die tot de mijne maak. Misschien is dat wat andere mensen ook doen, ideeën lenen van een ander, maar het verschil is dat ik daar weinig of niks van mezelf aan toevoeg.

Soms heb ik ook de behoefte om creatief te zijn, ideeën te hebben en mijn fantasie te laten werken. Echter, het komt er steeds op neer dat ik ideeën van anderen gewoon “herkauw” en dat mijn creativiteit gewoon het na-apen is van anderen. Zo heb ik een aantal filmpjes gemaakt voor Youtube, maar de ideeën zijn altijd ontstaan na het bekijken van andere filmpjes, of van een cartoon, etc. Ik voeg daar dan maar weinig nieuws van mezelf bij en origineel zal het nooit worden.

De vraag over fantasie (hoeveel heb ik er eigenlijk in vergelijking met anderen) is vaak stof om over na te denken en er is één aanwijzing die ik gevonden heb waar je zou uit kunnen concluderen dat mijn fantasie eerder beperkt is. Ik lees altijd met veel interesse wanneer iemand schrijft over zijn of haar dromen. Niet de figuurlijke dagdroom of droom van wat de toekomst zou kunnen zijn, maar de gewone droom ’s nachts.

Elke keer ik lees over dromen ben ik verbaast hoe gevarieerd en rijk de dromen van vele mensen zijn, hoe dat ze in details vertellen over de kleuren, de ervaring, het gevoel, etc.

Dat is iets wat ik niet heb, mijn dromen gaan altijd over hetzelfde thema en dat is angst. Het zijn niet altijd nachtmerries, maar wel altijd negatief. Conflicten die er overdag niet zijn en fobies zijn de vaste dingen die steeds terugkomen. Ook zijn de kleuren vaak flets of donker en de beelden wazig, in tegenstelling tot de scherpe blik ik heb wanneer ik wakker ben. Verwondering ook bevoorbeeld als ik andere mensen vertel dat ik nooit geen erotische dromen heb.

Misschien is het toch allemaal te vaag om er conclusies uit te trekken, maar ik heb de indruk dat mijn gebrek aan creativiteit in mijn dromen wel eens een signaal zou kunnen zijn dat mijn fantasie niet erg hoog is.  Aan de andere kant heb ik toch nog genoeg fantasie om bevoorbeeld deze tekst te schrijven, wel origineel maar waar toch héél veel denkwerk aan vooraf is moeten gaan. Het is verder ook niet zo belangrijk, echter fantasie of beter, creativiteit wordt in onze samenleving wel op prijs gestelt. Als je er niet genoeg van hebt tel je voor een stukje al niet meer mee.




Identiteitsbeleving

23 03 2008

Persoonlijke identiteit, identiteitsgevoelen of identiteitsbeleving is ongetwijfeld een onderwerp waar nog steeds een taboe rond hangt, waar mensen niet zomaar vrij en vrank over praten.

Nog meer dan het autisme zelf, of enig ander onderwerp, is mijn eigen identiteitsbeleving altijd een zaak van veel verwarring geweest, waar ik bovendien bij niemand terecht kon. Maar toen ik de diagnose autisme had gekregen en op het internet contact maakte met een aanzienlijk aantal collega-autisten, kwam het onderwerp identiteit ook ter sprake en tot mijn verbazing hadden velen onder hen ook te kampen met een ongewone identiteitsbeleving dat zich uitte in vele verschillende vormen. Deze uitwisselingen vonden voornamelijk plaats in de achterkamertjes van het internet, ik bedoel daarmee, op gesloten fora en journals, MSN en per email. Austisten zijn dan over het algemeen vrij en vrank, maar voor dit topic is er toch heel wat schroom. Belangrijk is ook dat dit niet te veralgemenen is, er zullen best een heleboel autisten zijn waarvoor dit niet speelt.

Naar mijn weten is er nog maar weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar identiteitsbeleving en de meeste teksten en boeken over het onderwerp zijn er alleen op uit om mensen aan te praten dat ze nog een sterkere en stabielere persoonlijkheid moeten creëren, want niemand wil doorgaan voor een labiel persoon toch ? Daar schuilt al een grote reden voor het taboe, een atypische identiteit hebben betekent voor de meeste mensen een labiele persoon zijn en daar zijn toch heel wat nuances te maken.

Maar goed, de tak waar het meest wordt gesproken over identiteit is de filosofie en heb kortelings weer wat nagelezen. Eerst is er de identiteitsformatie die voornamelijk in de kindertijd plaats heeft. Deze periode wordt gezien als cruciaal voor het verdere leven. Het kind wordt zelfbewust en aan de hand van ervaringen, interesses, het hebben van rolmodellen, etc, vormt het zich zijn of haar identiteitsgevoel. Dit zelfbeeld gaat gepaard met een bijbehorende eigenwaarde. De identiteitsformatie gaat gepaard met heel wat sociale contexten, dan zou het misschien toch niet zo verwonderlijk moeten zijn dat veel autisten daar een ongewoon parcours afleggen.

Wat erg belangrijk gevonden wordt is dat er zich 1 identiteit vormt die stabiel is over tijd en die alleen maar rijker wordt met de tijd, zodat er een stabiele identiteitscontinuiteit plaatsvind. Echter wanneer dit allemaal anders verloopt, dan wordt erg gezegd dat het een labiel persoon is, wat ook zo kan zijn, maar het hoeft niet zo te zijn, en wanneer het wel zo is, hoeft het niet zo te blijven. Er is bevoorbeeld veel te doen over het meervoudig persoonlijkheids syndroom. De meeste mensen hebben daar een beeld van dat die mensen erg zieke labiele mensen zijn, die ook nog eens geweldadig zijn, maar dat hoeft zo niet te zijn. Mensen kunnen meer dan 1 ‘ik’ in zich hebben, die weliswaar fundamenteel van elkaar verschillen, maar zonder dat het negatief hoeft te zijn.

Een andere vereiste die leidt naar een typische identiteit is dat de verbondenheid tussen lichaam en geest klopt, dat het dus een”match” is. Ook hier hebben sommige mensen een probleem. Het aantal autisten dat ik ken van het internet die zeggen dat ze transseksueel zijn, kan ik niet op mijn twee handen tellen.

Ik heb verder ook geen antwoorden, alleen begrijp ik nu hoe ik in elkaar zit en waarom dat waarschijnlijk zo gekomen is. Ik kan er na bijna een heel leven van verwarring nu mee verder. Vandaag zal ik misschien, ondanks mijn sociale beperkingen, geïnteresseerd zijn in de verhalen van andere mensen maar volgende week zal ik dan misschien weer alleen geïnteresseerd zijn in cijfers en lijstjes, of ten verste mijn gedachten poneer zonder enige emotie dan vriendelijkheid als mijn android kant weer eens de bovenhand haalt. Ik heb er geen problemen meer mee, het maakt mijn leven juist zoveel interessanter. Het enige wat ik zou willen dat dit uit de taboesfeer komt, zodat anderen met een atypische identiteitsbeleving geen jaren in verwarring en frustratie moeten leven. Een atypische identiteit hebben betekent nog niet dat je gek bent.




Een Dagje in het Ziekenhuis

20 03 2008

Sinds jongs-af-aan heb ik problemen gekend met mijn gebit. Ten eerste waren mijn tanden vroeg vergeeld door het veelvuldig innemen van antibiotica in mijn kindertijd. Maar het grootste probleem is altijd geweest dat ze altijd al erg overgevoelig waren. Ik at als kind nooit ijsjes omdat de koude aan mijn tanden pijn deed.

Maar ik probeerde ze wel te verzorgen door ze dagelijks te poetsen, maar ook daar had ik problemen en ik was al een heleboel tanden kwijt op jonge leeftijd. Echter de snijtanden had ik nog allemaal, dus wat betreft estethiek hoefde ik niet iets laten doen.

Maar enkele jaren geleden ben ik dan erg depressief geworden, waar ik niet alleen psychologisch onder te lijden had, maar ook fysiek. De depressie is nu allang over, maar de gevolgen op fysiek vlak laten zich nog steeds voelen. Buiten de gevolgen van de ziekte die ik er aan overgehouden heb, was mijn gebit ook in zeer slechte staat geraakt.

Daarom had ik in overleg met de sociaal assistente van begeleid wonen een eerder drastische beslissing genomen. Het plan was om héél mijn gebit - onder narcose - te laten verwijderen. Ik vond dat de beste optie omdat ik dan voorgoed van die overgevoelige tanden af zou zijn.

Maandag laatstleden was het dan zover. In het ziekenhuis is het volledige gebit verwijderd. Ik was op voorhand niet zenuwachtig, ik zou wel zien achteraf wat en hoeveel pijn er nog zou volgen. Ik werd om 12 uur in slaap gedaan en om 3 uur werd ik weer wakker. Tot mijn verbazing voelde ik geen pijn en wanneer de narcose uitgewerkt was voelde ik nog steeds geen pijn. Er stak een naald in mijn arm klaar om een pijnstillend middel toe te dienen, maar het bleek niet nodig. Bloeden heb ik achteraf ook amper gedaan.

Nu is alles herstellend en het doet niet echt pijn, alleen is het een beetje oncomfortabel. De eerste 6 weken worden het papjes en soepjes en daarna ga ik bij de reguliere tandarts voor een kunstgebit. Het zal een hele verandering zijn en ik ben blij dat ik het laten doen heb. Misschien kan ik dan alsnog af en toe een ijsje eten op mijn oude dag :-)




What is fake in our lives ?

15 03 2008

Vandaag las ik een schrijven van iemand met de titel “What is fake in our lives ?” Het ging over hoe mensen zich gedragen, hun sociale contacten, hoe ze communiceren, enzovoorts. Ik vind het een interessante vraag waar geen duidelijk antwoord op is te verzinnen.

Zaak is, het is belangrijk hoe dat je overkomt op andere mensen, samen met het uiterlijk lijken dat de twee belangrijkste zaken waar mensen je op taxeren. Het heeft mij veel tijd gekost om dat te begrijpen en nu dat ik dat min of meer doe, betekent nog niet dat er geen problemen meer zijn. Aan je uiterlijk kun je niet veel meer doen dan je te verzorgen, aan je gedrag zou je in principe wel veel kunnen doen, maar het is allemaal toch niet zo gemakkelijk wat het lijkt.

Ik ben altijd wel een asociaal persoon geweest, dat klinkt negatief maar is een feit. Verzachtende omstandigheid hierin is dat het niet zozeer met mijn karakter te maken heeft, maar eerder met mijn onhandigheid wanneer het komt op sociaal verkeer.

Toen ik jaren geleden mijn “autisme website” heb geschreven sprak ik over “self engineering”. Ik bedoelde daarmee dat ik mezelf dingen  heb aangeleerd, die anderen van nature hebben of het van jongs af aan snel hebben geleerd, die ik met veel moeite en met vallen en opstaan heb geleerd. Omgaan met mensen, communicatie en sociaal contact is daar de belangrijkte pijler in geweest, al heb ik wel mijn bedenkingen daarbij.

Een tijdje geleden praatte ik met iemand over sociaal contact, oprechtheid en faken. Deze eerlijke (niet autistische) persoon vertelde me dat veel mensen, om sociaal contact te onderhouden, wel eens faken dat ze met interesse naar iemand luisteren wanneer het hun eigenlijk niet interesseert. Sociaal contact bestaat zeker niet geheel, maar af en toe uit lucht.

Ikzelf heb mij ook proberen die dingen aan te leren, luisteren naar mensen, gewoon hallo zeggen, af en toe een woord van troost geven en zelfs al eens een compliment geven al heb ik daar toch door een onbekende reden veel moeite mee. Ik denk dat dat naar mijn gevoel teveel meligheid komt kijken waar ik van huiver omdat complimenten vaak te pas en te onpas worden gegeven. Echter in uitzonderlijke gevallen zijn ze terecht en worden ze ook welgemeend gegeven, geen fake aldaar.

Maar ik heb ook een tegengesteld probleem. De momenten dat ik echt in iemand’s verhaal geïnteresseerd ben, de momenten dat ik gewoon eens hallo wil zeggen, de momenten dat ik troost wil bieden omdat ik de persoon graag mag en hij of zij het nodig heeft, die momenten van welgemeende interesse zijn erg moeilijk en wel hierom. Vanbinnen kan ik dan erg sociaal zijn, maar ik kan het moeilijk vertalen naar de buitenkant. Ik vind het nog steeds moeilijk om de signalen te geven aan anderen die wel vanbinnen in mij zitten.

Zoals ik al zei - Ik heb geprobeerd het mezelf dan maar aan te leren - nadat ik me er bewust van werd dat dat een zwak punt is. Maar toch klopt het zelden. Ik heb eerder altijd het gevoel van een robot te zijn die probeerd menselijk gedrag te imiteren. Mensen merken dat dat niet “echt” is. Maar het is dus maar gedeeltelijk fake. Het stuk van het uiten, communiceren en signalen geven is fake, echter de emotie zelf, de intentie en het gevoel binnenin zijn wel echt. Alleen is het een probleem omdat de meeste mensen het niet kunnen merken, alleen mensen die je echt héél goed kennen hebben na een tijdje geleerd dat soms vreemd gedrag gewoon een uiting kan zijn dat je bekommerd, geïnteresseerd enzoverder bent.

Maar de signalen die ik uitgeef zijn van nature belemmerend. Gelaatsuitdrukkingen en lichaamshouding zijn vaak ongepast of op zijn minst niet corresponderend met mijn binnenkant. De taal zelf die ik gebruik laat ook te wensen over, als ik al taal gebruik tenminste, want in het echte leven blijf ik vaak stil. Maar wanneer ik wel in staat ben om de dingen te zeggen die ik wil zeggen, dan blijft mijn taal vaak te formeel - zonder evenwel te moeilijke woorden te gebruiken of technisch te worden. Daardoor komt het waarschijnlijk vaak “kouder” over dan ik bedoel. Daarnaast is er nog het probleem van de contextblindheid, de momenten waarop ik dingen helemaal verkeerd interpreteer.

Eigenlijk heb ik nog een gelukje, ik kan namelijk wel goed mijn gedachten verwoorden al schrijvend. Er zijn ook autisten die geleerd hebben om verbaal zich goed uit de slag te trekken. Echter ik vermoed dat zij zichzelf dat ook moeten leren hebben en dat het altijd op een of andere manier knutselen zal blijven. Ik vermoed ook dat het eerder uitzonderingen zijn. Zij kunnen wel opkomen voor eenieder van ons, wat sommigen ook doen. Helaas zal er ook een groot deel autisten zijn die zowel verbaal al schrijvend niet echt in staat zijn om zich adequaat te uiten. Van hen gaan we waarschijnlijk nooit veel te horen krijgen en dat is eigenlijk wel spijtig.




Onmacht

9 03 2008

 Voor Tosca, Madeline, Camila en Camila’s moeder en voor al degenen die verweesd achterblijven.




Ironie

27 02 2008

Ik denk wel dat ironie voor hetvolgende het goede woord is. Er wordt gezegd - en waarschijnlijk terecht - dat mensen met autisme denken in zwart-wit. Dan is het ironisch toch welk beeld de meeste niet-autisten van autisten hebben. Dat dat beeld zwart-wit en dus ongenuaceerd is, is alleen maar een understatement.

Wanneer je het de mensen zou vragen wat ze zoal weten over autisme zal het antwoord erg beantwoorden aan wat ze in de film Rainman hebben gezien. Maar Kim Peek naar waar het verhaal van Rainman is opgehangen, is niet alleen autistisch, maar heeft ook iets wat het savant syndroom wordt genoemd.

Er zijn naar schatting 40 miljoen autisten, hoe logisch is het dan dat het beeld van al deze mensen gelijklopend zou zijn met het beeld van één man, die als meest zichtbaar gedrag zijn savant kwaliteiten tentoon spreid ?

Toegegeven, daar is de laatste jaren al wat verbetering ingekomen, maar met het publiceren van meer genuanceerde standpunten over autisme door wetenschappers, filmmakers, schrijvers en mensen met autisme zelf, is er ook een stroom van nieuwe ongenuanceerde informatie op gang gekomen.

Daarom is het nodig dat ook nu wat bewustwording gecreëerd wordt, dat vele zaken die over autisme verschijnen vaak eerder een hypothese zijn, maar niet noodzakelijk een verhaal dat te nemen of te laten is.




Wachtzaal

27 02 2008

Als je ziek wordt beland je meestal in een wachtzaal. De wachtzaal van de dokter of ziekenhuis waar je je beurt afwacht tot je geholpen wordt.

Als je zoals ik een langdurige ziekte hebt, beland je eigenlijk ook in een figuurlijke wachtzaal. Je leven veranderd en vaak kan je de dingen niet meer doen die je voorheen als vanzelfsprekend vond.

Zoals je hoopt in de wachtzaal van de dokter, dat je snel aan de beurt zult zijn, zo ben je ook ongeduldig om uit die figuurlijke wachtzaal te komen. Maar je moet toch leren geduld te hebben en je zou kunnen stellen, zoals elke persoon die voor je was in de wachtzaal en binnen mag bij de dokter, jou beurt dichter bij komt. Zo moet ik het ook zien in de figuurlijke wachtzaal. Elke stap vooruit dat ik maak is als een wachtende minder voor mij.




Inzichten

27 02 2008

Het is eigenlijk geen goed moment om een weblog te starten en wel hierom. De laatste 10 jaar heb ik veel geschreven en gecommuniceerd. Reden was dat ik op zoek was naar antwoorden op vragen die mij bezig hielden. Echter ik heb het gevoel dat ik nu aan het einde van dat verhaal ben en de behoefte om nog veel te schrijven is grotendeels weg.

Echte antwoorden heb ik niet gevonden, maar ik heb wel iets anders gevonden, namelijk een groter of rijker inzicht in de dingen die me bezighielden. Het is figuurlijk een lange weg geweest. Het waarom op de vraag waarom ik zo anders ben ten opzichte van anderen heeft wel een antwoord gekregen in de vorm van een autisme diagnose. Maar dat dat alle vragen heeft beantwoord is niet waar, iets wat ik dacht dat dat wel zo zou zijn. Maar het heeft ontegensprekelijk wel geholpen om een beter inzicht in mijn eigen situatie te verkrijgen.

Maar dat verhaal komt nu tot een einde. De laatste maanden ben ik minder en minder gaan communiceren en eerst wist ik niet goed hoe dat kwam. Maar nu heb ik intussen begrepen dat ik terug op het niveau kom waar ik altijd ben geweest in de quantiteit van mijn communicatie. De laatste 10 jaren waren uitzonderlijk omdat het een noodzaak was, nu valt de behoefte weer weg en val ik terug op het niveau van vroeger.

Echter, ik heb ook geleerd dat communicatie waardevol kan zijn en alhoewel ik eerder de vorm kies van te communiceren in monoloog vorm, vaak kwam daar toch een vervolg op in de vorm van waardevol dialoog.

Daarom dat ik deze weblog een kans wil geven. Het zal maar met periodes zijn dat ik in staat zal zijn om te schrijven, maar niets moet en alles mag. Ik ga mij ook geen onderwerpen opleggen of anders, ook geen onderwerpen die ik aan zou willen snijden uit de weg gaan. Het wordt dus geen themablog zoals ik er gehad heb in het verleden. Het wordt gewoon een weblog waar er miljoenen van zijn. Nu maar hopen dat ik af en toe genoeg inspiratie heb om er iets van te maken.